Wijn door de eeuwen heen door Gerard van Keken
De druivenrank is niet iets van de laatste eeuwen. Toen er nog dinosaurussen op de aarde rondliepen, zo'n zestig miljoen jaar geleden, groeiden er waarschijnlijk al wijnranken. Alleen had het toen weinig met wijn te maken: Het drinken van wijn gebeurde enkele miljoenen jaren later na het uitsterven van de dino's, bij de aapmensen. Zij ontdekten al snel dat gegiste druiven een wonderlijke drank opleverden. Hoe ze dat ontdekt hebben, is niet precies bekend, maar het is niet zo moeilijk om te bedenken hoe dat gegaan zou kunnen zijn. In het najaar was het tijd om een voedselvoorraad aan te leggen. Ze legden dan waarschijnlijk een druivenvoorraad voor de winter aan en merkten later dat de druiven waren gaan gisten. Ze dronken het sap en begrepen niets van het heerlijke vrolijk makende drankje. Zie je het al voor je? Men had toen nog geen idee van het begrip alcohol. En dronken rondrijden kon in die tijd nog niet.

Grieken en Romeinen
Vanuit het Midden-Oosten is de kennis over het kweken van druiven en het maken van wijn door de Feniciërs, de Grieken en de Romeinen naar Europa gebracht. Hun wijnbereidingsmethoden waren goed ontwikkeld. Een voorbeeld van hoe smaken kunnen veranderen, is dat het bij de Grieken geregeld voorkwam dat wijn met zout zeewater vermengd werd. Naar het schijnt om hem soepeler te maken.
De Grieken vonden het onbehoorlijk en onbeschaafd om ongemengde wijn te drinken. Om zuur geworden wijn weer drinkbaar te maken, roerden ze er wat koriander, nootmuskaat, kaneel en honing doorheen. Geheel onbekend is dat niet voor ons, want op 5 december wordt er in menige huiskamer een glaasje bisschopswijn gedronken, dat daar veel van wegheeft.

De Romeinen hebben de kennis over de wijn aan diezelfde Grieken te danken. Drinken konden ze als geen ander. De Grieken noemden Italië, zelfs Oinotria, 'wijnland'. Voordat de Romeinen Frankrijk introkken, waren de Grieken al in Massalia geweest, het huidige Marseille. Toen vervolgens Julius Caesar (100-44 voor Christus) Frankrijk binnentrok, vonden zijn legers overal wijngaarden. De bekendste Franse wijngaarden dateren zelfs al uit de tijd van de Romeinen. Namen als Romanèche en Juliénas verwijzen daarnaar.

Middeleeuwen
In de Middeleeuwen hebben vooral de monniken pionierswerk verricht op het gebied van wijn. Karel de Grote, met zijn grote rijk, kan daarbij als belangrijke aanjager van wijnbouw worden gekwalificeerd. Hij was dan ook een groot liefhebber. Hij beval dat op de koninklijke wijngoederen ook kroegen voor het volk moesten worden opgericht.

Wijn en wijnbouw werden steeds meer onderdeel van het kerkelijke leven. In gotische kathedralen vindt men meestal versieringen en wandschilderingen met wijn, die verwijzen naar wijn en wijn drinken. Kloosters worden tegenwoordig in België vooral met bier geassocieerd, maar in de Middeleeuwen was het wijn wat de klok sloeg. Vooral de Benedictijnen, die bekend stonden als levenslustig, hadden grote kennis van wijn en wijn verbouwen.

Napoleon
Napoleon Bonaparte, de beroemde veldheer uit Frankrijk, kreeg het aan het eind van de 18e eeuw in zijn hoofd om een einde te maken aan de wijnbouw in Nederland en andere landen van Europa waar hij heerser was. Als excuus daarvoor bracht hij naar voren dat er een wijnrankenziekte dreigde die door reizigers uit Amerika was meegenomen. Napoleon was dus niet alleen verantwoordelijk voor onze achternamen, maar ook voor het verdwijnen van de wijnbouw uit Nederland.

Bron: Weekblad De Echo - 2 augustus 2000


Terug Info-pagina: Diverse artikelen