De wijnwetten van het Oude Rome door Heinz J. Maahs
Terwijl wetgevers tegenwoordig druk bezig zijn om wijnproductie en wijnhandel aan regels en normen te binden, zou men haast vergeten dat men zich ook in de oudheid reeds met dit aspect van wijn bezighield. Bijvoorbeeld de Romeinen..  

In de Romeinse wereld speelde wijn, net als nu, een economische rol van aanzienlijke betekenis. Rome telde in de Keizertijd circa 1 miljoen inwoners en was één van de grootste afzetmarkten voor wijn in die tijd. De stad consumeerde naar schatting 100 miljoen liter per jaar.
Om deze enorme wijnstroom in goede banen te leiden was een groot aantal wijngroothandelaren, vinarii genaamd, nodig. Het handelsproces verliep ongeveer als volgt. De wijnboer liet de wijn, nadat de druiven geperst waren, in grote dolia gisten. In deze fase werd de wijn reeds aan een groothandelaar verkocht. Vervolgens werd de wijn door de groothandelaar in kleinere, transporteerbare amphorae gedaan en zo naar Rome gebracht. Daar werd de wijn aan kleinere handelaren en kooplui verkocht die de wijn uiteindelijk aan de consument probeerden te slijten.


De Romeinse wijnboer liet het druivensap gisten in een dolium, een stenen vat met een inhoud van 600 à 1000 liter. Als bewaarmiddel was het minder geschikt: vanwege de ruime opening was de kans op oxidatie, infecties en verzuring groot.

Veel wijnamforen (met een inhoud van ruim 26 liter) vonden hun weg naar het oude Rome, in de keizertijd een stad met naar schatting 1 miljoen inwoners.

Vinificatieproblemen
Als gevolg van gebrekkige vinificatietechnieken was veel wijn van matige tot slechte kwaliteit. Het meest gevreesd waren azijnsteek (acor) en schimmelvorming (mucor). Uit teksten van Plinius blijkt dat velen hebben getracht voor deze problemen een oplossing te vinden.
Opvallend is dat men zich hierbij niet zo zeer op de werkelijke oorzaken richtte als wel  probeerde met allerlei middeltjes deze wijnziekten voor de consument verborgen te houden. Men deed meer in lapmiddelen dan aan oorzaakbestrijding. Aankoop en verkoop van wijn waren zaken waarmee ook juristen zich bezighielden. Reeds Cato, die leefde van 234 tot 149 v. Chr., had in zijn beroemde 'de Agricultura' een soort koopcontract voor wijn opgenomen. Hierin werden zaken geregeld als het recht van de koper op het voorproeven van de wijn en het tijdig (voor een bepaalde datum) ophalen dan wel afleveren van de gekochte wijn.

Wijnopslag
Wijnen werden opgeslagen in dolla en amphorae. Een dolium, waarin de wijn ook tot gisting was gebracht, bevatte soms meer dan 1000 liter en was doorgaans bestemd voor de opslag van jonge wijn van eenvoudige kwaliteit. Niet zelden werd de binnenwand met teer ingesmeerd. Oudere, vaak betere wijnen 'bewaarde men in amphorae met een inhoud van 26,0 liter. De slanke hals werd met een prop van gips, leem of teer, later ook van kurk, afgesloten. Vanwege hun brede hals en opening waren dolia veel minder geschikt voor langdurige wijnopslag. Kans op bederf als gevolg van allerlei infecties was bij dolia veel groter. Het is dan ook vrijwel zeker dat de 'grand millesime' uit het jaar 121 v. Chr., die volgens Plinius 100 jaar later nog verkrijgbaar en naar men zei zeer goed drinkbaar was, in een goed gesloten amphora was bewaard.

Drinkscène, aangetroffen in de spijsruimte van het huis van Fabius Rufus in Pompei (1e eeuw na Chr.). Lange  tijd was het Romeinse vrouwen verboden om wijn te drinken. Dat zou later veranderen, zoals de afbeelding laat zien.

 

 

 

Discriminatie
Vreemd genoeg was het Romeinse vrouwen lange tijd niet toegestaan om wijn te drinken. Vrouwen waarvan was bewezen dat ze in de voor hen verboden wijnkelder waren geweest, konden rekenen op zware straffen. In één geval werd een vrouw veroordeeld tot de dood door verhongeren. Geleidelijk aan werden de straffen steeds milder. Zo is een geval uit de 2e eeuw v. Chr. bekend waarbij een drinkende vrouw nog 'slechts' door haar man verstoten werd. Later zou het wijnverbod voor vrouwen geheel worden opgeheven.

Bron: Ambiance 1994


Terug Info-pagina: Diverse artikelen