Sensationele vondst van 7000 jaar oude wijn

Toen de franse diepzeeduiker Jean Jacques Cousteau voor de kust van Zuid-Frankrijk een vergaan Grieks schip met oude wijnkruiken aantrof was hij (zoals het een Fransman betaamt) zeer benieuwd naar de inhoud. In sommige kruiken was gelukkig nog een kleine hoeveelheid wijn bewaard gebleven.
Zijn proefnotitie luidde: "We maakten de amfooropen en goten de inhoud, ongeveer een liter droesem, over in een fles. Daarna schonken Lallemand en ik (de leiders van de expeditie) elk een glas vol en dronken het leeg. Lallemand kon de inhoud nog net uitspuwen, ik zelf slikte het door. Ik proefde alle mufheid en ouderdom die er op deze wereld bestaan. Alle alcohol was uit de wijn verdwenen, maar echt zout smaakte het toch niet. Misschien een wijn uit een matig jaar?"

Het geheim van de kruik
De wijn die Cousteau vond is kinderspel vergeleken met de vondst van een 7000-jaar oude wijn. Het betreft een kruik die bij een archeologische expeditie reeds in 1968 in Noord-Iran werd aangetroffen en sindsdien tentoongesteld staat in het museum van de University of Pennsylvania in de Verenigde Staten.
Onlangs, dus ruim twintig jaar later, trok de kruik de aandacht van Patriek McGovern, archeoloog en chemicus, maar bovendien ge´nteresseerd in de historie van wijn. Benieuwd naar  de oorsprong en herkomst van het geelachtige residu op de bodem van de kruik besloot McGovern tot een nader onderzoek.
Dat het om restanten van wijn ging was voor de onderzoeker niet eens zo'n grote verrassing. Ronduit sensationeel was de leeftijd van de vondst.  Met behulp van de modernste analysetechnieken bleek namelijk dat de kruik gemaakt moest zijn tussen 5400 en 5000 jaar v.Chr. Tel daarbij de 2000 jaar die sindsdien na Chr. verstreken zijn en je komt uit op een ouderdom van zo'n 7000 jaar.
Mcgovern had reeds eerder een succesvolle vondst gedaan. Bij een expeditie in 1993 namelijk had hij, eveneens in het Midden-Oosten, sporen van 3000-jaar oude wijn (en trouwens ook bier) aangetroffen.

Tot op de bodem uitgezocht
Wat maakte de onderzoeker zo zeker van zijn zaak dat de inhoud van de kruik ook werkelijk het restant van wijn was? Twee stoffen speelden bij zijn conclusie een doorslaggevende rol: wijnsteenzuur en hars.
Wijnsteenzuur komt in grote hoeveelheden alleen in druiven voor en hars was in de oudheid een veel gebruikt conserveringsmiddel. Naar alle waarschijnlijkheid is de door Mcgovern ontdekte wijn gemaakt door SumeriŰrs, die langs de huidige Iraaks-Iraanse grens woonden in een periode waarin de eerste landbouwnederzettingen ontstonden.
Deze vroege bewoners woonden reeds in stenen huizen en kenden een gevarieerde voedselproductie. Nu weten wij dus dat zij ook wijn maakten plus de bijbehorende bewaarkruiken. De oorsprong van wijn en het begin van de beschavingsgeschiedenis lijken dus ongeveer een parallel verloop te hebben gehad. Voor veel huidige wijndrinkers wellicht geen echte verrassing.

De waarheid van een oude legende...
De spectaculaire vondst in Noord-Iran ondersteund de, zij het minder wetenschappelijke, legende van een Perzische slavin die de eerste wijndrinkster in de historie zou zijn geweest. De slavin aan het hof van een Perzisch heerser leed aan depressie en vreselijke hoofdpijn. Om een einde aan haar lijden te maken, besloot zij op een dag het borrelende sap uit een kruik te drinken in de hoop dat deze giftig was: Het sap was echter afkomstig van druiven en was spontaan gaan gisten. De slavin viel in een lange diepe slaap waaruit zij als herboren en helemaal opgeknapt ontwaakte. Toen de Perzische koning dit verhaal hoorde wilde hij dit wondermiddel natuurlijk ook proeven. De smaak ervan beviel hem zo goed dat hij vanaf die tijd alleen nog maar wijn dronk.

Bron: Gilde Wijnhuis Magazine - Najaar 1996


Terug Info-pagina: Diverse artikelen