Abouriou

Abouriou: deze blauwe druif komt oorspronkelijk uit de Lot-et-Garonne. Het is een duif met een hoog tannine- en een laag zuurgehalte. Geeft wijnen van matige tot redelijke kwaliteit. De hoge opbrengst is voor de wijnboeren een positieve eigenschap. Het wijngebied Côtes de Marmandais geldt als de bakermat voor deze druif. Ook wordt  abouriou aangeplant in Côtes de Gascogne en wordt in dit wijngebied gebruikt voor rode en rosé wijnen.


Acolon

Acolon: is een Duitse druif. Een kruising tussen de dornfelder en blaue lemberger in 1971 in Weinsberg ontstaan, maar pas in 2002 officieel erkend. Het is een vroeg rijpende druif met veel kleurstof en milde tannines.


Aglianico

Aglianico: een aristrocraat van Griekse oorsprong. Deze Italiaanse druif van potentieel hoge kwaliteit is door de Feniciërs vanuit Griekenland naar Italië gebracht. 'Aglianico' is een verbastering van het Italiaanse woord voor Helleens, 'ellenico'. Het is niet bekend of deze druif nog steeds wordt verbouwd in Griekenland. In Italië wordt hij aangetroffen in Campania en Basilicata, voornamelijk in de provincies Benevento en Avellino in Campania en in de Potenza en Matera in Basilicata. Verder wordt de aglianico ook in Calabria, Puglia en op het eiland Procida voor de kust van Napels op kleine schaal verbouwd. De druif levert zeer krachtige, intense wijnen. In hun jeugd zijn wijnen van de aglianico zoals Taurasi of Aglianico del Vulture haast onbenaderbaar door het hoge gehalte aan tannine en smaakstoffen. Na een meestal langdurige flesrijping (min 5 jaar) ontwikkelen ze een enorm complex, krachtig en zeer kruidig, warm karakter. De beste behoren tot de mooiste wijnen van Zuid-Italië. Er worden ook veel minder opwindende wijnen gemaakt, maar een wijnboer die goed zijn best doet, wordt meestal rijkelijk met kwaliteit beloond.


Airén

Airén: is een witte druif met weinig kwaliteit, maar met wel knap veel volume. De trossen zijn groot en zitten tamelijk dicht op elkaar. De druif is massaal in Spanje aangeplant, vooral in het wijngebied La Mancha. De dikke schil en de tamelijk royale opbrengsten maken de airén ideaal voor deze streek met de extreme droogte en warmte die daar in de zomer heerst. Van nature levert de airén droge witte wijnen met een hoog alcoholgehalte (12-14%) en een neutrale smaak. Met behulp van moderne vinificatiemethodes kan men oxydatie zoveel mogelijk voorkomen, wat resulteert in onberispelijke, maar wel karakterloze wijnen. Wijnen waar niets op aan te merken is, maar ook geen wijnen om veel geld aan te besteden. Een groot deel van de airén van La Mancha wordt gedistilleerd tot brandy. Een deel wordt vermengd met rode wijn om  lichte rode wijn te maken.


Albariño

Albariño: een witte druif, die op een wijnstok van 1.50 m hoogte wordt geteeld aan de kust van Pontevedra (Galicië) en aan de monding van de Miño. De tros heeft kleine, dicht op elkaar zittende, druiven met harde schillen en pitten en heeft een middelgrote opbrengst. Albariño is misschien wel de meest uitgelezen witte druivensoort van Spanje en geniet sinds april 1981 de bescherming van een Denominación Especifica. De albariño-druif aangeplant in het wijngebied Rias Baixas levert aromatische, fruitige met iets van perzik, en tintelend frisse wijnen op. Door het vochtige klimaat (arbeidsintensieve teelt!) en de hoge grondprijzen van de streek, zijn het de duurdere witte wijnen van Spanje, die hun prijs echter meer dan waard zijn. Deze druif wordt ook in Portugal verbouwd onder de naam alvarinho.


Aleatico

Aleatico: een donkerblauwe druif van hoge kwaliteit met een muskaatkarakter.  Is vooral in Zuid-Italië aangeplant en wordt verwerkt voor geurige (port-achtige) zoete en rijke complexe wijnen. Aleatico heeft een zeldzame witte variant, aleatico bianco, die minder vruchtbaar is dan de witte muscat. In de wijngaarden van Corsica, Californië, Australië en Chili wordt Aleatico ook hier en daar verbouwd.


Alicante Bouschet

Alicante Bouschet: een teinturier die van hitte houdt, is een kruising van petit bouschet met grenache, in 1866 gekweekt door Henri Bouschet.  Petit bouschet zelf was weer een kruising van teinturier du cher met aramon, gekweekt door Henri's vader. Het idee van een druif met een diepe kleur te combineren met de overvloedig vruchtdragende maar lichtgekleurde aramon, maar dan wel een die van betere kwaliteit was dan de teinturier du cher, alicante bouschet (waarvan een aantal op verschillende momenten gekruiste versies van wisselende kwaliteit bestaat)  verbreidde zich vanaf 1855 niet alleen snel in Zuid-Frankrijk, maar werd ook in zuidwesten (inclusief Bordeaux), Bourgogne en in het Loiredal aangeplant. In Spanje komt een versie van de alicante-henri-bouschet voor onder de naam garnacha tintorera. In Frankrijk neemt de verbouw af en op veel plaatsen is de druif verdwenen. In Alentejo in Portugal kan de druif wijn met kleur, tannine en fruit opleveren. De alicante bouschet wordt met wisselend succes verbouwd in het zuiden en midden van Italië.


Aligoté

Aligoté: deze tweede witte druif van de Bourgogne komt ver achter de chardonnay, is matige kwaliteit en geeft eenvoudige droge wijn. In het algemeen zijn aligoté-wijnen alleen fris en pittig en vaak schraal. Ze zijn wel zeer geschikt om als basis te gebruiken voor Kir. Aan de Côte d'Or, waar de aligoté tussen de chardonnay werd geplant vanwege zijn hoge zuurgehalte, is deze druif nu alleen nog in de wijngaarden op de heuveltoppen en hoogvlakten te vinden. Aligoté beslaat minder dan 250 ha in het Chablisgebied en een paar hectare in andere departementen. Door het hoge zuurgehalte van de aligoté worden ze vaak gebruikt voor de productie van mousserende wijnen. In Bulgarije komt nog een groot aantal aligoté-druivenstokken voor, de wijnen daarvan zijn fris, maar hebben ook vaak een lichte oxydatietoon.


Altesse of Rousette

Altesse: ook bekend als roussette, is een zeer goede kwaliteitsdruif uit de Savoie (Frankrijk) die sterke gelijkenissen vertoont met de Hongaarse furmint-druif en die nauwelijks van elkaar te onderscheiden zijn. Evenals furmint rijpt altesse laat, is de zuurgraad hoog, heeft een scherp mineraal aroma van bergkruiden en citroen en oudert uitstekend. De opbrengst is laag en de soort is bestand tegen rotting.


Alvarelhão

Alvarelhão: een blauwe druif van goede kwaliteit. Komt hoofdzakelijk voor in Portugal o.a. in de wijngebieden Dão, Douro, Trás-os-Montes en in de Vinho Verde. De wijnen van deze druif zijn meestal relatief lichtgekleurd en bezitten een hoge zuurgraad. Potentieel zijn het lichte, evenwichtige, droge rode wijnen.


Alvarinho

Alvarinho: kwalitatief hoogstaande witte druivensoort voor de Vinho Verde uit Minho in Portugal. De alvarinho wordt ook in Noord-Spanje (Galicië) verbouwd onder de naam albariño. Mits goed behandeld en met een laag rendement kunnen de licht gekleurde wijnen aromatisch zijn met een goed alcoholpercentage. In smaak en geur treft men abrikoos, perzik en citrus. 


Aragnan blanc

Aragnan blanc: ook araignan blanc, is een witte inheemse druif uit het zuiden van Frankrijk. Volgens de ampélographe (wijnstokkundige) Victor Pulliat (1827) is de druif een autochtone variëteit uit het gebied rond de stad Villelaure in het departement Vaucluse. In de 17e en 18e eeuw werd de druif gemengd met de picardan druif voor de destijds zeer populaire zoete wijn (Picardan) uit de Languedoc. Aragnan blanc is ook één van de 13 toegelaten variëteiten in de bekende wijnstreek Châteauneuf-du-Pape (Rhône). Er is ook een rode aragnan noir.


Aramon

Aramon: deze productieve variëteit overdekte de vlakten van Zuid-Frankrijk vanaf het midden van de 19e eeuw, toen de druif geplant werd vanwege de resistentie tegen oïdium. In de jaren 1960 werd de aramon vervangen door de carignan, die beter van kwaliteit is. Bij een lage opbrengst en op een geschikte plaats kan de aramon aardse, kruidige, rustieke wijnen geven. Bij hoge op opbrengsten kan hij niet zonder kleur van zijn blend-partner, alicante bouschet.


Aspiran of Rivairenc

Aspiran: ofwel rivairenc is een niet vaak voorkomend druivenras. Deze typische druif uit de Languedoc wordt vooral aangeplant in de Minervois en in de Minervois La Livinière. Aspiran geeft wijnen met matige zuren, toch finesse en frisheid en het geeft je een idee  hoe een wijn rond 1850 gesmaakt moet hebben.


Auxerrois blanc

Auxerrois Blanc: een druif van redelijke tot goede kwaliteit. Is verwant aan de pinot blanc en wordt o.a. aangeplant in de Elzas, Luxemburg en ook in de wijngaard van Hoeve Nekum (Maastricht). De wijnen van de auxerrois blanc bevatten meer zuren en zijn minder vol dan die van de pinot blanc.

 


Bacchus

Bacchus: is een Duitse kruising van riesling x sylvaner die met müller-thurgau opnieuw werd gekruist. De wijnen van de bacchus hebben een hoog suikergehalte, maar het zuurgehalte is te laag, en alleen als de druif volledig rijp is komt zijn exotische karakter goed naar voren. Maar bij een lage opbrengst of als Beerenauslese of Trockenbeerenauslese kan hij overweldigend zijn. Bij bacchus is meer niet noodzakelijkerwijs beter. Lage opbrengsten zijn geen probleem in Rheinhessen, zijn voornaamste gebied, waar hij in QbA-wijnen wordt gemengd. Bacchus wordt in bescheiden mate verbouwd in Mosel-Saar-Ruwer, Franken en voldoet ook goed in de nieuwe koele wijnbouwgebieden zoals die van Engeland.


Baidor

Baidor: is een groeikrachtige druif met dikke trossen. De druiven zijn erg zoet van smaak met een licht muskaataroma.


Barbera

 

Barbera: is buiten Italië bekend als op een na beste Piemontese blauwe druif, na nebbiolo, maar in Italië ken men de barbera als een veelzijdige druif. Deze druif is naar men meent oorspronkelijk afkomstig uit de Monferrato-heuvels, in centraal Piemonte, en hier wordt de wijnstok nog steeds op de beste locaties aangeplant op ongeveer de helft van de Piemontese wijngaarden.
In de loop van de jaren zestig is deze Piemontese wijndruif vooral in de provincie Agrigento populair geworden. De donkerblauw gekleurde druiven geven een stevige rode wijn die vaak in combinatie met andere soorten wordt gebruikt zoals de calabrese.
Plaatselijke namen zijn onder andere barbera d'asti, barbera dolce, barbera fine, barbera forte, barbera grossa, barbera riccia en barbera vera.
Wat betreft de afkomst: barbera wordt in Piemonte niet eerder genoemd dan eind 18e eeuw en DNA-analyse maakt een verwantschap met mourvèdre aannemelijk.


Baroque of Barroque

Baroque: is een witte druif afkomstig uit het zuidwesten van Frankrijk, mogelijk een kruising van folle blanche met sauvignon blanc. Het aroma doet denken aan laatstgenoemde. Baroque, ook wel gespeld als barroque, komt nog voor in de wijnen van Tursan. De volle wijnen van baroque zijn stevig en eerder wat boers dan elegant.


Bastardo-Bastardinho

Bastardo: of bastardinho is de Portugese naam voor de druif die in de Jura (Frankrijk) bekendstaat als trousseau. In de Jura wordt de druif samen met de poulsard tot droge rode wijn verwerkt. Deze vroegrijpende druif,  gevoelig voor meeldauw is aangeplant in de Douro (Portugal) voor de productie van port. Ook in de wijngebieden Dão en Bairrada is de druif aangeplant. Bastardo wordt gewaardeerd in melanges vanwege zijn alcohol en karakter, maar de druif geeft een armzalige opbrengst en wordt daarom steeds minder verbouwd. Toch is er wel wijn van aardige kwaliteit van te maken mits goed verbouwd en bereid. Hij wordt ook nog op kleine schaal verbouwd over de grens in Galicië onder de namen merenzao of marla ardona. Verder is hij in Australië onder de naam cabernet gros aangeplant (eveneens voor de productie van portachtige wijnen). In Portugal en op de Canarische Eilanden wordt een witte druif geteeld die wel eens een witte versie van de rode bastardo zou kunnen zijn.  


Blauer Portugieser

Blauer Portugieser: is een lichte tafel- en wijndruif met hoge opbrengst, groeit in Oostenrijk en Duitsland, waar hij bekend staat als portugieser. Synomien in Oostenrijk zijn vösslauer en badener. De meeste experts denken dat de druif uit Oostenrijk en sommigen menen dat hij uit Portugal komt. In het wijngebied Niederösterrech wordt deze druif op grote schaal aangeplant. De wijnen van de blauer portugieser zijn bleek en hebben weinig zuur.


Blaufränkisch

Blaufränkisch: een blauw druif van hoge kwaliteit. Wordt voornamelijk aangeplant in  Oostenrijk en in Zuid-Duitsland waar men de druif Lemberger of Limberger noemt. De wijnstok heeft warmte nodig en doet het goed bij de Neusiedlersee en in het zuiden van Burgerland, Oostenrijk. In  Hongarije wordt de druif Kékfrankos genoemd, in Bulgarije Gamé en in Noordoost-Italië Franconia. Kenmerkend voor de wijnen van de Blaufränkisch zijn diepe paars-rode kleur, de redelijke hoeveelheid aan tannine en zuren en het intense rijpe fruit.


Bobal

Bobal: is een sterke en vruchtbare wijnstok met zeer grote trossen wordt alleen in Spanje aangeplant. De druiven hebben een kleurstofrijke schil en veel kleurloos vruchtvlees. Er worden warm gekleurde rode wijnen met fruit van zwarte kersen van gemaakt. In streken waar de zomers van korte duur zijn, hebben de wijnen van de bobal-druif een vrij hoog zuurgehalte en een laag alcoholgehalte. De bobal wordt ook wel gebruikt om wijnen van grenache en monastrell iets meer zuren te geven en lichter te maken.


Borrado das Moscas

Borrado das Moscas: is een tamelijk robuuste Portugese druif in het wijngebied Dão waarvan de wijn goed kan worden bewaard. Letterlijk betekent de naam  Vliegenpoep. De wijn combineert een hoog zuurgehalte met een hoog alcoholpercentage en kan na enkele jaren op fles honingzoet worden. In het wijngebied Bairrada wordt de druif bical genoemd.


Bourboulenc

Bourboulenc: is een van de 5 druiven die worden gebruikt in de melange voor witte Châteauneuf-du-Pape (Rhône). Bourboulenc is een druif met een hoge opbrengst en een vleugje citroen dat hem populair maakt in het zuidelijke Rhônegebied en de Languedoc, evenals in een groot deel van de Provence. Wanneer de druif te vroeg wordt geplukt, smaakt hij dun en neutraal, maar wanneer de druif rijp is (en hij rijpt laat) heeft hij een rijke en diepe smaak, zuur van citroenen en frisheid van engelwortel.  In de Roussillon heet de druif Toubat.


Braquet/Brachetto

Braquet: van oorsprong een Franse druivensoort voor rode wijn.  Braquet, één van de oude variëteiten, vind je alleen nog in de omgeving van Nice in de AOC Bellet. In Italië (brachetto genoemd) wordt de druif in veel grotere aantallen dan in Frankrijk nog steeds aangeplant. In Piemonte komt men hem tegen onder de benaming Brachetto d’Acqui. Zowel qua kleur als smaak nogal aardbeiachtig frizzante. De brachetto gaat door voor een tamelijk vroeg rijpende druif, de braquet geldt daarentegen als laat.


Cabernet Blanc

Cabernet Blanc: deze witte druif (VB 91-26-1) werd in het jaar 1991 ontwikkeld door de Zwitserse druivenkweker Valentin Blattner te Soyhières in de Zwitserse Jura. Het is een kruising tussen cabernet sauvignon en een onbekende schimmel-resistente partner. Cabernet Blanc heeft een zeer goede resistentie tegen echte meeldauw, valse meeldauw en grauwe schimmel. De wijnstok is vorstbestendig en vergelijkbaar met riesling. De druif levert geurige witte wijnen met een sauvignon blanc of riesling aroma; fris en droog met een lange afdronk.


Cabernet Colonjes

Cabernet Colonjes: ofwel VB 91-26-5. Dit ras is in 1991 ontwikkeld door de Zwitserse druif geneticus Valentin Blattner. De naam cabernet colonjes komt vanaf Wijnhoeve de Colonjes te Groesbeek. Freek Verhoeven heeft deze naam in de Benelux geregistreerd.

 


Cabernet Cortis

Cabernet Cortis: is een schimmel resistente blauwe druif (FR 437-82 r). De druif werd gekweekt in 1982 door de Duitse agrarische wetenschapper Dr. Norbert Becker (1937) aan het Staatliches Weinbauinstitut Freiburg in Baden-Württemberg. Het is een kruising tussen de cabernet sauvignonx (merzling x (zarya severa x muskat ottonel)). Cabernet cortis heeft dikke trossen met middelgrote druiven en is de milieuvriendelijke variant van de bekende cabernet sauvignon. De cabernet cortis is ruim drie weken eerder rijp en de wijnen zijn vol, dieprood en tanninerijk. Cabernet cortis wordt o.a. aangeplant in de wijngaarden van Betuws Wijndomein te Erichem (Gelderland),  in Wijngaard De Amsteltuin te Amstelveen (Noord-Holland), in Wijngoed De Reestlandhoeve te Balkbrug (Overijssel) en Wijnhoeve De Colonjes te Groesbeek (Gelderland)


Cabernet Franc

Cabernet Franc: deze blauwe druif is het kleine broertje van de cabernet sauvignon en belangrijkste druif voor rode Loirewijnen. In de Bordeaux speelt de cabernet franc een belangrijke rol in assemblages met cabernet sauvignon en merlot. De wijnen van de cabernet franc zijn veelal helder en levendig van kleur en draagt de aroma's van  bramen, aardbeien en moerbeibessen bij zich.


Cabernet Sauvignon

Cabernet Sauvignon: heeft in zijn jeugd de meeste tannine en rijpt tot de grootste pracht, terwijl de Cabernet franc fruitig en geparfumeerd is. Cabernet sauvignon heeft het karakter die de élégance van de wijn bepaalt: pittig, kruidig en een hoog tanninegehalte; de belangrijkste druif in de Médoc. De rode wijn moet altijd ouderen en wordt doorgaans geblend. Betrekkelijk kleine, vrij laatrijpe druif donkerkleurig, tanninerijke wijnen geeft met in hun jeugd vaak een intens aroma van zwarte bessen. De cabernet sauvignon geeft aan Bordeauxwijnen zijn hoge en specifieke kwaliteit zijn diepte en rijkdom van kleur en zijn bouquet, zijn distinctie, zijn kracht, zijn hardheid en bewaarmogelijkheid en zijn typische geur van zwarte bessen en cederhout. Het is zonder meer de edelste rode wijnduif ter wereld.


Klik hier voor meer informatie


Cabertin

Cabertin: werd gekweekt in de Pfalz  (1991) door de Zwitserse druivenkweker Valentin Blattner (VB 91-26-17) en is een kruising tussen Cabernet Sauvignon en Resistenzpartner. De druif is klein, rond en de schil is, net als bij de cabernet sauvignon, erg dik. Cabertin heeft een goede weerstand tegen oïdium, peronospera, botrytis en hoeft dus weinig bespoten te worden. De groei is zeer sterk en rechtopgaand. In de late zomer ontstaan okselscheuten die een positieve invloed hebben op de opbouw van suikers. De druiven zijn laat rijp, ongeveer eind oktober. De smaak lijkt op een cabernet sauvignon.


Calabrese of Nero d'Avola

Calabrese: is volgens velen de beste rode wijndruif van Sicilië. Onder normale omstandigheden is het suikergehalte van de druif vrij hoog maar beschikt hij toch over een voldoende zuurgraad. De geur van calabrese doet vaak denken aan morellen. In veel Siciliaanse rode en rosé wijnen wordt calabrese samen met andere soorten gebruikt.
Deze Siciliaanse druif staat in de aandacht bij wijnmakers die zoeken naar nieuwe soorten en smaken; de wijnstok kan in Australië worden aangeplant, met name in het warme Riverland in South Australia. Calabrese (ofwel Nero d'Avola) produceert wijnen die mooi donker, zacht en robuust zijn en die goed rijpen, vooral als ze kort in eiken zijn behandeld.


Caladoc

Caladoc: is een kruising tussen de druiven grenache noir en malbec/cot. De Fransman Paul Truel heeft deze druif ontwikkeld (1958) in opdracht van het Institut National de la Recherche Agronomique in Montpellier. Caladoc heeft de neiging laat te rijpen. De druiven zijn middelgroot en zijn over het algemeen niet gevoelig voor ziektes. De wijnen van de caladoc hebben een donkere kleur, een goede structuur, een smaak van donker rood fruit met vaak een licht pepertje en het vermogen op fles te rijpen. De caladoc-druif wordt met name aangeplant in Zuid-Frankrijk en is toegestaan in de wijnproducerende departementen Ardèche, Aude, Aveyron, Corsica, Gers, Gironde, Hérault, Landes, Loire-Atlantique, Lot, Lot-et-Garonne, Maine-et-Loire, Nièvre, Pyrénées Atlantiques, Hautes-Pyrénées, Tarn-et-Garonne, Pyrénées Orientales en in de Var.


Calitor

Calitor: is een inheemse druif uit de Provence (zeldzaam en alleen aanwezig in Tavel, nu nog maar 30 hectare, stammend uit ca.1600) en verwant aan de muscardin druif. De druif is toegestaan als mengdruif in de rose wijnen van Tavel, naast de mourvèdre en de syrah. Calitor is vruchtbaar en productief, gedijt bij voorkeur in een droog en warm klimaat, maar is gevoelig voor meeldauw en grauwe schimmel. Het wordt al enige tijd ontmoedigd om calitor opnieuw aan te planten, omdat men dan niet meer in aanmerking komt voor de AOC (alleen druivenstokken aangeplant vóór 1994 komen daarvoor nu nog in aanmerking).
Synoniem: colitor, pecoui-touar, cargo muou, ginou d'agasso, fouiral pour le calitor blanc


Canaiolo Nero

Canaiolo Nero:  is een typisch Italiaanse druif van redelijke kwaliteit. Komt van oudsher veel voor in Toscane om als aanvulling te dienen in de Chianti-melange met sangiovese als hoofdrol. Canaiolo geeft de Chianti's iets meer volheid en zachtheid. De druif heeft een minder uitgesproken en zachtere aard dan de eveneens in Chianti verwerkte mammolo-druif (betekent viooltjes), welke extra karakter en geur aan de melange geeft. Tegenwoordig wordt canaiolo nero steeds zuidelijker aangeplant. Het karakter van de wijn van deze druif is mild, vol en ingetogen.  In het zuiden van Italië maakt men er hoofdzakelijk zoete wijnen van.


Cannonau / Garnacha tinta / Grenache noir

Cannonau: de belangrijkste rode druif op Sicilië. Komt van origine uit Spanje en wordt daar Garnacha tinta genoemd. Wordt zowel droge als voor zoete wijnen van opmerkelijke stevigheid gebruikt. Op Sardinië maakt men er zachte alcoholische, lichtgekleurde rode wijnen van, maar ook ietwat aardse, karamelachtige tafelwijnen en een aantal rijke versterkte wijnen bijvoorbeeld de op Port lijkende Cannonau.


Carignan - Cariñena

Carignan: een blauwe druif die in Zuid-Frankrijk, Noord-Afrika en Californië royaal wordt aangeplant. De druif levert vrij krachtige wijnen die in hun jonge jaren fruitig zijn. Nergens geeft deze druif mooier wijn dan in de Roussillon. Carignan is afkomstig uit Spanje en wordt daar cariñena genoemd naar de gelijknamige stad waar de druif oorspronkelijk vandaan komt. De wijnen van de carignan zijn doorgaans donker gekleurd en grof van karakter. Ze bevatten relatief veel tannine en een hoge zuurgraad. Dankzij moderne methoden van vinificatie zoals macération carbonique  worden de wijnen voller, zachter en fruitiger.


Klik hier voor meer informatie


Carmenère

Carmenère: een blauwe druif van hoge kwaliteit. Komt oorspronkelijk uit Bordeaux, maar is daar echter aan einde van de 19de eeuw door het toeslaan van de druifluis (Phylloxera) geheel uit Europa verdwenen. De druif wordt ook wel carmenet genoemd.
Doordat Chili geheel Phylloxera vrij is, kan carmenère uitstekend gedijen in het klimaat van Chili. De druif geeft weinig rendement, maar wel wijnen van grote klasse.


Klik hier voor meer informatie


Catarratto

Catarratto: een op Sicilië veel aangeplante witte druif, die kwaliteit kan bereiken als de opbrengsten onder controle worden gehouden. De naam wordt gebruikt voor meer variëteiten. In 1990 was catarrotto met zo'n 65.000 hectare na sangiovese de meest aangeplante wijnstok in Italië.  Catarratto werd gebruikt voor Masala, maar nu wordt de druif gedistilleerd of tot concentraat verwerkt. Catarratto speelt een grote rol in Siciliaanse DOC-wijnen en bij een goede vinificatie geeft deze druif verfrissende en interessante wijnen.


Klik hier voor: De familie Catarratti


Cayetana blanca

Cayetana: is een witte druif met een grote oogstopbrengst. Deze Spaanse druif, met een neutraal karakter en met een hoog alcoholpercentage, is kenmerkend voor het gebied Badajoz (Extremadura). Er worden tafelwijnen uit bereid, die rond van smaak zijn.


Cerceal / Sercial

Cerceal: een naam die men aan verschillende Portugese druiven heeft gegeven, waaronder de madeira-druif, beter bekend als sercial. Sercial wordt vaak op grote hoogte verbouwd. De druif rijpt laat en is daardoor de laatste soort die wordt geoogst. Sercial heeft een hoge zuurgraad en vormt de droogste en lichtste stijl op Madeira. Sinds 1993 moet elke Madeira met Sercial op het etiket voor minimaal 85% uit deze druif bestaan. Andere cerceals worden aangetroffen in de wijngebieden Dão, Bairrada en Ribatejo.


Chardonnay

Chardonnay: dé druif van de witte Bourgogne en Champagne, en wordt in de hele wereld aangeplant. Levert goede tot zeer goede wijn met een volle, droge smaak. Chardonnay is een druif dat geen eenduidig karakter heeft, dat is afhankelijk van de terroir (bodem en klimaat) en de manier van wijn maken. Chardonnay leent zich erg goed om te rijpen op houten vaten.


Klik hier voor meer informatie


Chasselas

Chasselas: levert eenvoudige wijnen.  Is ook geschikt voor tafeldruif. Wordt hoofdzakelijk in Zwitserland aangeplant en wordt daar fendant blanc of dorin genoemd.  In Duitsland wordt de druif Gutedel genoemd.


Chenançon Noir

Chenançon noir: is een kruising tussen grenache noir en jurançon noir en is ongeveer 40 jaar geleden gekweekt door INRA (Institut National de la Recherche Agronomique) in Monpellier. Deze druif werd bij Plant Variety Protection in 1985 opgenomen in de lijst van soorten. De druivenstok wordt hoofdzakelijk aangeplant in de wijngebieden Languedoc en Roussillon. Chenançon noir geeft diepe, donkere wijnen met een gemiddeld alcoholpercentage. De druif wordt ook wel Chenanson genoemd.


Chenin blanc / Pineau blanc de la loire

Chenin Blanc: een witte druif van hoge kwaliteit waarvan men in de Loire verbluffende mooie zoete wijnen kan maken, zoals Bonnezeaux en Quarts de Chaume. Lokaal wordt de druif, evenals de wijn, pineau de la loire genoemd. Het relatief neutrale karakter van de druif en de hoge zuurgraad die voor een frisse impressie zorgen. De druif is gevoelig voor edelrot door de schimmel Botrytis cinerea. Ook belangrijk in Zuid-Afrika (bekend onder naam Steen) en in Californië.


Cinsault of Cinsaut

Cinsault/Cinsaut: een druivenras van goede kwaliteit die zich uitstekend thuis voelt in de warmere wijnbouwgebieden en is voornamelijk aangeplant in het westelijk deel van Zuid-Frankrijk.


Clairette

Clairette: slappe, neutrale druif. Levert met name in Zuid-Frankrijk witte wijnen met een laag zuurgehalte. Ze hebben de neiging gemakkelijk te oxideren. Als monocépage-wijn geeft deze druif Clairette de Bellegarde en Clairette du Languedoc, die droog, zoet of rancio kan zijn. Clairette is een synoniem voor andere druiven in Zuid-Frankrijk, waaronder Ungi blanc (bekend als Clairette Ronde in de Languedoc) en Bourboulenc. Er is ook een Clairette gris, waarvan de schillen een roze gloed hebben.


Colombard

Colombard: rijk dragende witte druivensoort van redelijke kwaliteit. De druif is een kruising tussen gouais en chenin blanc, afkomstig uit het Charente-gebied ten noorden van Bordeaux.  Vroeger werd de colombard (samen met ugni blanc en folle blanche) gezien als de distillatiedruif bij uitstek. De colombard is de meest fruitige van de 3 en draagt relatief minder bij aan het distillaat omdat men een sterke voorkeur heeft voor neutrale basiswijnen. Wijnen van de colombard zijn nooit wijnen van topniveau. De jeugdige frisheid is hun enige, zij het verdienstelijke, positieve eigenschap. In Californië wordt de druif french colombard genoemd en in Zuid-Afrika colombar.


Cortese

Cortese: een witte druif van goede kwaliteit. Men maakt er de beroemde en dure Gavi-wijnen (uit het drop Gavi) van: Gavi of Cortese di Gavi. Het grootste deel van de aanplant staat in Piemonte en loopt door tot in Lombardije. In andere delen van Piemonte  en Lombardije worden er DOC-wijnen van gemaakt, o.a Cortese del Alto, Colli Tortonesi, Monferrato, Oltrepò Pavese en de druif maakt ook deel uit van de melange Bianco di Custoza. De wijnen van de Cortese-druif zijn fris-zuur en enigszins neutraal van karakter.


Corvina

Corvina: is een blauwe druif van redelijke kwaliteit en vormt het hoofdingrediënt van de  Valpolicella en Bardolino, beide lichte rode wijnen uit het noordoosten van Italië. De druif levert zelden veel kleur en tannine, maar hebben een zachte smaak waarin mild kersenfruit en iets van amandelen aanwezig zijn. Corvina is op zijn best als de druif wordt gedroogd voor recioto- en amorano-wijnen. Corvina heeft een kleine druif met dikke schil, die verschrompelt en tegen rot beschermt.


Counoise of Moutardier

Counoise: die een kleine, gewaardeerde rol speelt in de rode wijnen uit het zuidelijke Rhône, de Provence en Languedoc. De gelijkenis met Aubun maakt Counoise moeilijk te identificeren, hoewel de wijn van betere kwaliteit is met een peperige, kruidig karakter, fruit van damastpruim (een beetje zurige pruim)  en heeft een goed zuurgehalte. Counoise heeft nagenoeg geen tannine, een lage opbrengst, rijpt laat en is moeilijk te verbouwen. De druif is wél resistent tegen ziekten. Wordt ook wel Moutardier genoemd.


Courbu Blanc

Courbu blanc: is een witte druif van hoge kwaliteit en wordt vooral aangeplant in Zuidwest Frankrijk. De druif wordt gebruikt voor de zoete en droge wijnen van Jurançon en Pacherenc du Vic-Bilh, evenals de droge witte wijnen van Irouleguy. Ook wordt Courbu blanc wel geassembleerd met Petit Manseng. Courbu blanc wordt soms verward met Petit Courbu, die vaak met Courbu wordt afgekort.


Courbu Noir

Courbu noir: is een inheemse druif van matige kwaliteit uit de Pyrenese wijngaarden rond Bearn en in de zuidwestelijke hoek van Frankrijk. Wordt gebruikt voor de productie van rode wijn. Courbu noir is zeer gevoelig voor meeldauw en is ook niet te vergelijken met de witte courbu.


Courbu of Petit Courbu

Courbu: is een relatief onbekend druif, die hoofdzakelijk wordt aangeplant voor de witte wijnen uit Zuidwest Frankrijk. Courbu (ook wel Petit Courbu genoemd) voegt in de smaak en geur van de wijn wat citroenzuur en honingachtig fruit toe. De druif wordt vaak geassembleerd met andere witte druiven.


Dornfelder

Dornfelder: blauwe, zeer kleurintensieve, nog relatief jonge druivensoort, groeit in de Pfalz, Rheinhessen en Württemberg. Dornfelder is een kruising (1955) tussen de Helfensteiner (frühburgunder (een mutatie van de pinot noir) x trollinger) en de Heroldrebe (portugieser x lemberger). Dornfelder heeft de eigenschap erg groeikrachtig te zijn met een grote opbrengst. De vrij vroeg rijpende druif zal in de toekomst een steeds grotere invloed krijgen op de stijl van de rode wijnen (veel extract en intense fruitigheid) in Duitsland en andere koele wijnbouwgebieden. 
Dornfelder is zelf ook de ouder van Duitsland kruisingen, die in 1999 geïntroduceerd zijn: Acolon (lemberger x dornfelder),  Cabernet dorsa (dornfelder x cabernet sauvignon), en Cabernet dorio (dornfelder x cabernet sauvignon).


Dunkelfelder

Dunkelfelder: of  Farbtraube, werd gemaakt door de Duitse viticulturalist Gustav Adolf Froelich (1847-1912). Het ras, oorspronkelijk genaamd Froelich V 4-4, is een kruising tussen een Blauwe Portugeser en de Teinturier du Cher. De naam van deze druif is te danken aan de donkere kleur van het sap en hoge concentratie van kleurstoffen in de schil. Dunkelfelder is in 1990 toegelaten als druivenras en staat inmiddels aangeplant op 370 hectare, vooral in de Pfalz, Rheinhessen en Baden. De druif levert intens gekleurde, krachtige rode wijnen. Toch worden die niet alleen als kleurversterkende ‘Deckrotwein’ gebruikt, maar in toenemende mate onder eigen naam als stevige rode op de markt gebracht. Vanwege hun kracht zijn ze bijzonder interessant bij wild, grillgerechten en diverse kazen.


Duras

Duras: één van de oudste druivensoorten uit het departement Tarn (Vin de Pays des Côtes du Tarn). Heeft niets te maken met het wijngebied Duras. De rode Gaillac-wijnen worden van Duras gemaakt. De druif geeft kleur, stevigheid en finesse tegelijk.


Elbling

Elbling: een druif met veel sap, weinig suiker, veel zuur. Geeft royale opbrengsten van middelmatige kwaliteit. Sinds tijden is dit een druif waar men mousserende wijn (Sekt) van maakt. In de Middeleeuwen nam deze druif in Duitsland een dominante plaat in. Tegenwoordig tref je  Elbling aan in de bovenste gedeelten van het Moezeldal en over de grens in Luxemburg, waar er een redelijke witte wijn van wordt gemaakt. In de Elzas ook wel burger genoemd.


Encruzado

Encruzado: is in het Dão wijngebied de belangrijkste witte druif. Wijnbouwers experimenteren met gisting op hout en het roeren van het gistbezinsel om het karakter naar voren te laten komen en een beetje eiken tijdens het rijpen schijnt hem goed te doen. Op zijn best is de wijn elegant, met een bladachtig aroma en een goede balans.


Faberrebe

Faber: of faberrebe, een over het algemeen weinig inspirerende kruising, óf van pinot blanc en müller-thurgau óf van silvaner en pinot blanc, gekweekt omstreeks 1920. Geeft redelijke wijnen met een vrij sterk riesling karakter, een frisse zuurgraad en een fruitig aroma. Faber wordt vooral in Rheinhessen en Pfalz aangeplant vanwege het hoge suiker- en zuurgehalte en het vermogen rijp te worden op koelere plaatsen dan riesling nodig heeft.


Fer Servadou of Braucol

Fer Servadou: ook wel Braucol (Brocòl) genoemd, is een blauwe druif van goede kwaliteit met concentratie en karakter. In het zuidwesten van Frankrijk hebben verscheidene mengwijnen hun aromatische fruitigheid van rode bessen te danken aan fer, oftewel fer servadou. Hij levert een goede, gekleurde, krachtige en stevige wijn met kruidigheid. In feite is fer servadou door zijn soepelheid geschikt om de tannat-druif te verzachten en de wijnen hiervan eerder op dronk te krijgen. De druif wordt gebruikt in melanges van rode wijnen als Madiran en Gaillac en speelt een grotere rol in de Marcillac-, Entraygues- en Estaing-wijngaarden.


Farnão Pires / Maria Gomes

Farnão Pires: een witte druif van goede kwaliteit, een typische Portugese druif met een pittige, aromatische, peperachtige smaak. Farnão Pires is nog een van de oudste en waarschijnlijk de meest aangeplante druif van Portugal. Hij komt voor in bijna alle wijnregio's, maar het meest in de wijngebieden Bairrada en Ribatejo, waar de druif bekend is onder de naam Maria Gomes. Van de farnão pires worden alle soorten wijnen gemaakt, van mousserende en stille droge tot door botrytis verrijkte zoete wijnen. Sommige wijnen zijn al binnen een jaar rijp en kunnen het best jong gedronken worden.  


Fiano

Fiano: in het antieke Rome beken als Apianum. Deze Zuid-Italiaanse druif wordt gebruikt voor de zeer goede, aromatische Fiano di Avellino uit Campanië. Op hun best is deze wijn zwaar en honingachtig met een toets van bloemen en specerijen en kan hij op de fles rijpen.


Folle Blanche / Gros Plant

Folle Blanche: is een witte druif van matige kwaliteit. In de Gers staat de folle blanche bekent als piquepoul of picpoul, maar deze druif is geen familie van de echte picpoul uit Zuid-Frankrijk. Tot het verschijnen van phylloxera werd folle blanche op grote schaal aangeplant om te distilleren voor de Cognac en de Armagnac, maar de druif is gevoelig voor rottig en is sindsdien in dit gebied grotendeels door andere soorten vervangen, met name de ugni blanc. Folle blanche wordt tegenwoordig hoogzakelijk in het Loire-gebied aangeplant onder de naam gros plant. De wijnen hebben vaak een zeer hoog zuurgehalte en de aroma's zijn tamelijk neutraal.


fuelle noir, folle noire, grassenc, beletto nero, fuola of fuolla

Fuelle Noir:

Synoniemen: folle noire, grassenc, beletto nero, fuola of fuolla

Folle Noire is geen familie van de Folle Blanche; dat is een Frans synoniem voor verschillende soorten, waaronder négrette en juraçon


Gamay (à jus blanc)

Gamay (à jus blanc): eigenlijk een vrij middelmatig, maar zeer productief druivenras, het scoort echter op de graniethoudende bodem van Beaujolais en levert daar prachtige wijnen. Opvallende kenmerken van de wijnen van deze druif zijn een fruitig smaak, een sterke geur, weinig zuur, en een hoog alcoholgehalte. Ook in Zwitserland met succes verbouwd. In Californië heet de druif napa gamay.

Gamay beaujolais: ondanks de naam is hier geen sprake van een gamay, maar een variëteit van pinot noir in Californië.


Klik hier voor meer informatie


Garganega

Garganega: een witte druif van redelijke kwaliteit. Deze laatrijpe, snelgroeiende variëteit is de belangrijkste druif in Soave (Veneto) en vormt het hoofdbestanddeel van Soave, de wereldberoemde droge witte wijn met zijn lichte, frisse en neutrale karakter. Meestal zijn het zeer goedkope en weinig boeiende wijnen. Een paar producenten maken echter ware juweeltjes van Soaves: tintelfris, licht aards met ragfijn en subtiel zurenspel. Deze wijnen zijn nooit goedkoop.
Een zoete Recioto van gedroogde garganega-druiven is intens zoet met een goede, niet te scherp zuurgehalte. Riciotowijn kan 10 jaar of meer op fles rijpen en doen wat betreft niet onder voor een Soave van een topproducent.


Garnacha Peluda

Garnacha Peluda: is een inheemse variëteit van Catalonië. Volgens de Orde APA/1819/2007, is Garnache Pelude aanbevolen in de regio's Aragon en Catalonië en is geregistreerd in Castilla-La-Mancha. Zijn bijnaam 'Peluda' is vanwege het harige gevoel op de schil. Garnacha peluda is aangeplant in het wijngebied Alella, Priorat en Terra Alta. De druif wordt ook wel lladoner pelut, lladoner gris of grenache gris genoemd. Garnacha peluda geeft met minder kleur en minder alcohol. De druif rijpt van eind september tot begin oktober, met middelgrote producties in het algemeen hoger dan die van granacha tinta.


Garnacha Tintorera: een teinturier-druif die eigenlijk helemaal geen garnacha is; het is een andere naam voor alicante bouchet. Hij komt voor in Spanje en speelt een rol in veel melanges net als de druif garnacha peluda.


Gewürztraminer

Gewürztraminer: witte druivensoort van hoge kwaliteit met een zeer aromatisch karakter die de wijn een zwoele, kruidige geur en smaak geeft. Bij volle rijp kleuren de druiven licht roze. De opbrengst is van jaar tot jaar wisselend, o.a. doordat de druif erg gevoelig is voor koud en nat weer.  De naam is waarschijnlijk afkomstig uit Noord-Italië; de druif groeide daar rond het stadje Tramin (Trento-Alto Adige). Gewürztraminer dankt zijn bekendheid voornamelijk aan de wijnen die men er van maakt in de Elzas.  De druif wordt in Italië traminer aromatico, in Duitsland traminer en in Bulgarije mala dinka genoemd.


Godello

Godello: is een volle, aromatische, Spaanse kwaliteitsdruif en is vrijwel zeker dezelfde druif als de Portugese verdelho. De godello-druif groeit in het uiterste noordwesten van Spanje in de wijngebieden: Valdeorras, Ribeira Sacra, Ribeiro, Monterrei en Bierzo. Godello bezit het zachte, aromatische abrikozenkarakter van de albarifio-druif, maar heeft een gladdere textuur als van een goede viognier. Er worden pure godellowijn geproduceerd, maar ook mengwijnen met de druiven: albarifio, treixadura en dofia blanca.


Graciano

Graciano: is een van de beste druiven van Spanje (wordt in Frankrijk aangeplant onder de naam morrastel) en is één van de interessantste blauwe druiven in Rioja. Houdt van koele, klei- en kalkhoudende grond en van een mild en vochtig klimaat. Heeft een hekel aan wind en warme zomerzon. Graciano, een kruidige, geurige druif met een intense smaak, geeft lage opbrengsten en is erg vatbaar voor ziekten. Daarom is deze druif bij de gemiddelde wijnboer niet erg geliefd.


Gauer-/Grauburgunder/Ruländer/Pinot Gris

Grauerburgunder: ook grauburgunder, ruländer of pinot gris genoemd, is een blauwgrijze tot bruinroze druif. In 1711 ontdekte de Pfälzer apotheker Johann Seeger Ruland, in een verwilderde tuin te Speyer, bessen met een bijzondere kleur. Introduceerde ze in Duitsland met de naam grauerburgunder. De druif komt veel voor in Baden, Hessische Bergstraße, Elzas, Oostenrijk en Italië (pinot grigio).


Grecanico Dorato

Grecancio: de aanplant van deze Siciliaanse wijnstok neemt toe. Deze van oorsprong Griekse druif heeft, en dat is zeer opmerkelijk, duidelijke overeenkomsten met de garganega uit het  wijngebied Veneto. De schrijver Nicolas Belfrage wijst op gelijkenissen in tros, druif en bladvorm tussen de twee variëteiten. In Sicilië hebben wijnen van de grecanico een ronde, frisse smaak met een fruitig en zacht bouquet. Steeds vaker wordt hij samen met 'nieuwe' rassen zoals chardonnay en sauvignon blanc gebruikt. De zeer goede wijn wordt gekenmerkt door een scherp glasachtig tintje.


Grechetto

Grechetto: is een druif van goede kwaliteit uit Midden-Italië die structuur, rijkheid en een lekkere noten- en bladsmaak aan veel witte wijnen uit Umbrië geeft. Een goede Orvieto dankt veel aan grechetto en dat geldt ook voor de witte wijnen Torgiano en Cervaro van Antinori. Grechetto wordt vaak gemengd met trebbiano, malvasia en verdello. De opbrengst is klein, maar grechetto is voldoende bestand tegen ziekten.  Er wordt goede Vin Santo (dessertwijn) van gemaakt.


Grenache blanc / Garnacha blanca

Grenache blanc: en vrij saaie druif die evenals grenache noir makkelijk oxideert en heeft een laag zuurgehalte. Geeft aan een mengwijn een zekere zachtheid en komt daarom in geheel Zuid-Frankrijk veel voor. In de witte Châteauneuf-du-Pape, Côtes du Rhône en in minder mate in Côtes du Rhône-Village is de grenache blanc sterk aanwezig. Wordt ook gebruikt in enkele Rivesaltes Vin Doux Naturel uit de Roussillon. Wordt in Spanje Garnacha blanca genoemd.


 Grenache gris

Grenache gris: is de roze variant (kloon) van de grenache noir. Grenache gris wordt hoofdzakelijk in de Roussillon (o.a. Banyuls) aangeplant.


 Grenache noir / Garnacha tinta / Cannonau

Grenache noir: voluit grenache noir à jus blanc, die goed tegen extreme hitte kan, komt van origine uit Spanje en wordt daar Garnacha tinta genoemd. De druif heeft een dunne schil met weinig pigment en wordt daarom veel gebruikt voor het maken van rosés. Wordt in het oosten van het zuidelijke Rhône gebruikt in de melange met andere druiven o.a: Cinsault, Mourvèdre en Syrah. Grenache noir zorgt voor fruit, rondheid en kan zeer toegankelijke wijnen geven met weinig tannines en een lage zuurtegraad. Het voordeel van deze druif is dat hij goed gedijt in een droge, winderige omgeving als het Rhône-dal (Mintral-wind). Nadeel is, dat de druif erg gevoelig is voor oxidatie. Op Sardinië (Italië) noemt met de druif Cannonau.


Grillo

Grillo: een van de betere druiven voor Marsala, een versterkte Siciliaanse wijn, bezit een hoog alcoholgehalte. Vanwege zijn uitzonderlijk hoge suikeropbouw is de grillo de aangewezen druif voor een wijn als Marsala. Het natuurlijke alcoholgehalte haalt met gemak 13 à 14% en is in gunstige omstandigheden nog een stuk hoger. Met zijn lage zuurgraad neigt de grillo wel tot maderiseren, hetgeen voor Marsala echter minder problematisch is. Voor normale, dit wil zeggen onversterkte wijnen, is de grillo minder geschikt, hoewel hij op sommige plaatsen in het westen van Sicilië verrassend goede wijnen oplevert.


Gros manseng

Gros Manseng: een witte druif van goede kwaliteit die in het zuiden en zuidwesten van Frankrijk her en der wordt verbouwd. De Jurançon moelleux bestaan vaak voor een klein deel uit wijnen van de gros manseng. De Jurançon-sec wordt vaak voor het grootse deel gemaakt van deze druif. Voor de moelleux wijnen gebruikte petit manseng levert veel lagere opbrengsten dan de gros manseng, maar ze zijn onvergelijkbaar mooier dan van de gros manseng.


Grüner Veltliner

Grüner Veltliner: is dé druif van Oostenrijk en wordt daar ook wel weiβgipfel genoemd. Grüner veltliner wordt het meest aangeplant in de omgeving van Wachau, Krems, Langelois, Falkenstein en Retz. Het is een druif die licht prikkelende, aangename, droge, frisse, fruitige en gemakkelijk drinkbare wijnen voortbrengt, maar nooit wijnen van topkwaliteit.
Oostenrijk kent nog 3 veltliners met donkere schil: roter, brauner en frühroter. De eerste 2 worden alleen in kleine aantallen geplant; frühroter (de schil is eerder rood dan zwart) wordt iets meer aangeplant, meestal in het Weinvertel. De zuurgraad is lager dan van de grüner veltliner.


Helios

Helios: is een witte druivensoort (synoniem: Fr 242-73) die resistent is tegen schimmel. De druif werd gekweekt in 1973 door de Duitse agrarische wetenschapper Dr. Norbert Becker (1937) aan het Staatliches Weinbauinstitut Freiburg in Baden-Württemberg. Het is een kruising tussen de merzling x (seyve-villard 12-481 x müller-thurgau). De middellange rijpe wijnstok is bestand tegen echte en valse meeldauw (Oïdium) en botrytis. Helios geeft fruitige müller-thurgau-achtige wijnen.


Huxelrebe

Huxelrebe: een geurige Duitse kruising uit 1927 die druiven voortbrengt met een hoog suikergehalte en veel smaak, maar niet veel elegantie. De aanplant neemt af, maar is nog aanzienlijk in de Pfalz en Rheinhessen. Hexelrebe groeit ook in Engeland, waar er heerlijke druivensap en vrij droge, naar vlierbessen geurige wijnen van worden gemaakt.


Inzolia

Inzolia: is een kwaliteitsdruif met een lage opbrengst. Izolia komt na catarratto en trebbiano  op de derde plaats qua aanplant op Sicilië. De druif is nogal gevoelig voor een aantal schimmelinfecties, zodat de wijnstok uitsluitend op zeer zorgvuldig gekozen plaatsen wordt aangeplant. In die gevallen zijn wijnen van de Inzolia geurig, veelal fris en beschikken zij over een harmonieuze en subtiele smaak. Van inzolia samen met catarratto en soms trebbiano wordt een mengwijn voor vele witte Siciliaanse wijnen gemaakt. Soms worden de druiven half gedroogd voor de productie van zoete wijn. Ook wordt de druif gebruikt voor Marsala en Corvo blanco. In het wijngebied Toscana wordt ook isolia verbouwd, maar hier wordt de druif ansonica of anzinica genoemd. 


Johanniter

Johanniter:  is een kruising tussen een Riesling en Pinot Gris en van oorsprong uit Duitsland. Johanniter wordt de laatste jaren erg veel aangeplant in Nederland bijvoorbeeld: Wijngaard Maronesse in de Noordoostpolder en Wijnhoeve De Colonjes in Oost Nederland (Gelderland)


Jurançon Blanc

Jurançon Blanc: een witte druif van matige kwaliteit, die niets te maken heeft met de mooie wijnen uit het wijngebied Jurançon (Pyreneeën). De druif komt voor in het Armagnacgebied in het zuidwesten van Frankrijk. Het leeuwendeel van de wijnen van de jurançon blanc verdwijnt in distillaten.


Jurançon Noir

Jurançon Noir: is een blauwe druivensoort uit het zuidwesten van Frankrijk van matige kwaliteit. Het is een voor de wijnboeren aantrekkelijke druif: hij heeft weinig last van ziekten en geeft een regelmatige hoge opbrengst. Het karakter van de wijn is niet opwindend en is op zijn best aards-fruitig, vrij licht van kleur en goed van alcohol voorzien. Wordt bijna uitsluitend gemengd met wijnen van druiven met meer uitgesproken karakter en betere kwaliteit zoals de malbec en de fer servadou.


Kerner

Kerner: is een populaire kruising, ontstaan uit de rode Trollinger en de witte Riesling van de kweker August Herold (1929).  Deze kruising viel direct bij de Duitse wijnbouwers in de smaak vanwege zijn hoge suikergehalte en hoge opbrengst. De druif heeft een dikke schil, rijpt vroeg. Maar een lange rijptijd tot in de late herfst maakt het mogelijk om een hoger mostgewicht te krijgen. Deze druif houdt van een bodem die niet te nat of te droog is en heeft een goede vorstgevoeligheid. Kerner groeit vooral in de Pfalz en Rheinhessen, maar wordt ook aangeplant in Württemberg en in de Mosel-Saar-Ruwer.


Lambrusco

Lambrusco: een blauwe druivensoort van redelijke tot matige kwaliteit die de wijn Lambrusco maakt. Dit is een typische Italiaanse variëteit die zijn naam heeft gegeven aan zeeën van lichtbruisende, halfzoete en zachte rode wijnen. De hoge opbrengst van de druif en het goedkope imago van de wijn hebben de beste kanten van de druif voor de meeste mensen verborgen gelaten. Er zijn wel 60 verschillende subvariëteiten en klonen van de lambrusco in Italië aangeplant. De meest interessante zijn de lambrusco grasparossa, lambrusco di sorbara en de lambrusco salamino. Ze leveren doorgaans drogere en meer karaktervolle wijnen met meer tannine dan de gewone lambrusco. Ze zijn ook duurder. Men maakt ook een witte versie van de lambrusco-druiven, evenals een rosé-type.


Lladoner Pelut

Lladoner Pelut: andere naam voor Spaanse garnacha peluda of harige garnacha. Een Zuid-Franse naam is grenache poilu of velu. Het enige verschil is dat op de onderkant van de blaadjes meer haartjes groeien dan op de gewone garnacha (grenache). Lladoner Pelut komt apart gespecificeerd voor in de AOC Languedoc Rousillon. De wijnstok is minder gevoelig voor rotting, hoewel de smaak van de wijn veel weg heeft van grenache.


Loin de l'oeil of Len de l'el

Loin de l'oeil: of Len de l'el, is een witte  druif van redelijke kwaliteit en is in het zuidwesten van Frankrijk aangeplant o.a. in de Gaillac. Het is een typische lokale karaktervolle druif die een bijdrage levert aan de witte wijnen van Gaillac. De zuurgraad is laag en de druiven rotten snel, maar de wijn is krachtig, vrij vol van smaak maar niet erg verfijnd. De naam van deze druif betekent 'ver uit het zicht', een verbastering van 'Lion de l'oeil', een curieuze naam voor een wijnstok. De trossen hebben lange stelen en zijn dus ver van het oog, of de knop, waaruit ze groeien, verwijderd.


Macabeo of Viura

Macabeo:  heeft een voorkeur voor een warm en droog klimaat  (is gevoelig voor rotting in een nat klimaat). Voornamelijk aangeplant in Noord-Spanje (waar de druif ook Viura heet). In warme streken bereiken de wijnen een hoger alcoholgehalte dan in vochtige streken. Macabeo is rond, fijn en fruitig van smaak. Wordt ook gebruikt als basis voor mousserende wijnen. In Rioja bekend als Viura en in Frankrijk als Maccabeu.


Madeleine Angevine

Madeleine Angevine: is een witte druif van redelijke kwaliteit voor koele omstandigheden. Het is eigenlijk meer een tafeldruif, maar leent zich in koelere wijnbouwgebieden vrij goed voor de productie van geurige en droge tot halfdroge witte wijnen van eenvoudige kwaliteit. De druif wordt in Engeland aangeplant voor de productie van zeer aromatische en grasachtige wijn. Madeleine angevine wordt ook gebruikt in kruisingen, onder andere in de Duitse soort ortega.


Malbec ou Cot ou Auxerrois

Malbec: wordt hoofdzakelijk verbouwd in de Bordeaux en in het zuidwesten van Frankrijk. Kenmerkend voor de wijnen van deze druif is het intense en aardse fruit in de geur, gecombineerd met een zachte, eveneens aardse en kruidige smaak. De malbec vertoont een sterke neiging tot coulure, dat resulteert in een kleine oogst. Wordt ook cot genoemd. In het wijngebied Cahors en  Saint Emilion Pressac wordt de druif auxerrois  genoemd.


Malvasia/Malvoisie/Malmsey

Malvasia: ook bekend als malvoisie en malmsey. Een zeer zoete sappige druif. Levert op Madeira o.a de amberkleurige, weelderig zoete Malmsey Madera. In bijna ieder gewest komt wel een wijn voor die van de malvasia is gemaakt, die droog, zoet of mousserend kan zijn. De druif wordt verbouwd in Portugal, Spanje en Italië.


Maréchal Foch

Maréchal Foch: deze France hybride is gekweekt op het Obelin instituut te Colmar door Eugeen Kuhlhann. Maréchal foch is een kruising tussen Riesling en Courtiller musqué en is genoemd naar de Franse generaal uit de Eerste Wereldoorlog. De trossen van de maréchal foch zijn compact met kleine diepdonkerblauwe druiven die vroeg rijpen. Maréchal foch is één van de meest resistente druivensoorten, die een hoge weerstand heeft tegen schimmelziekten (wordt niet snel door Botrytis of Phylloxera aangetast) waardoor de druiven lang kunnen blijven hangen en goed kunnen rijpen. Hij is ook goed bestand tegen winterkoude en kan op koelere plekken en zeer noordelijk worden verbouwd. De druif is geliefd in Canada en in de staat New York waar 100% maréchal foch gemaakt wordt. De wijn is zacht, soms jamachtig of rokerig en wordt op hout gerijpt om voller te worden. Marcération carbonique maakt de wijnen echter lichter.


Maria Gomes / Farnão Pires

Maria Gomes: de naam voor fernão pires in het wijngebied Bairrada in Noord-Portugal.


Marsanne

Marsanne: wordt ook wel Hermitage Blanc genoemd.  Is een klassieke druif van de noordelijke Côtes du Rhône, tegenwoordig ook zuidelijk aangeplant. Zorgt voor een krachtige aroma in de wijn, maar ze verouderen snel. Doorgaand moet marsanne jong, binnen enkele jaren na de oogst, gedronken worden. Wordt marsanne met de druif Roussanne tot een wijn verwerkt, dan hebben ze een langere levensduur en meer finesse. Marsanne wordt ook in Zwitserland geteeld, waar er in de Valais een goede Ermitage van wordt gemaakt. Maar ook in de Franse Savoie, waar de druif grosse roussanne heet, wordt een lekkere wijn geproduceerd. Marsanne uit Californië smaakt naar lijm en saai.


Marselan: is een kruising (1961 nabij het Franse stadje Marseillan)  tussen cabernet sauvignon en grenache noir. Marselan gedijt goed in een mediterraans klimaat. In de  Pays d'Oc wordt de druif gebruikt voor rode wijn en assemblages.


Mauzac blanc

Mauzac blanc: een aromatische druif wordt vooral verbouwd in het departement Tarn-et-Garonne. De wijn van de mauzac is zeer fris, waarbij het hoge zuurgehalte opvallend is, licht van structuur en bescheiden kruidig-fruitig (appels) in smaak en geur. Mauzac komt voor in de regio's Gaillac en Limoux. Meestal wordt deze druif vermengd met l'en de l'el of chardonnay en chenin blanc. In de Gaillac komt mauzac in allerlei wijnen voor, droog, zoet, stil en mousserend. In Limoux worden er de mousserende Blanquette de Limoux en Crémant de Limoux van gemaakt.


Mazuelo-druif

Mazuelo: ook wel bekent als mazuela is de naam in de Rioja voor carignan, een van oorsprong Spaanse druif met de naam  cariñena. Mazuelo geeft zuren, kleur en tannine aan een melange en is goedkoper dan tempranillo. Mazuela is een druif die bijna alleen in Cariñena groeit en daarom vaak de cariñena wordt genoemd.


Mencía

Mencía:  een druif met een floraal, kruidig en fruitig bouquet dat overeenkomsten heeft met cabernet franc of misschien zelfs hetzelfde ras is. Vooral in het noordelijke wijngebied El Bierzo heeft deze druif toekomst in wijnen met een mooie structuur.


Merlot

Merlot:  één van de oudste Vitis vinifera-variëteiten die eerder rijpt dan de Carbernet sauvignon en de Cabernet franc. De Merlot is belangrijk in de Bordeaux, vooral in de Saint-Emilion en Pomerol. De aanplant van Merlot is de laatste jaren aanzienlijk gestegen. De druif is wereldwijd zeer populair en men is steeds meer tot het inzicht gekomen dat Merlot in een vrij koele wijngaard moet worden aangeplant. Deze druif geeft donkere, koele, zachte, kruidige en fruitige wijnen.


Klik hier voor meer informatie


Merseguera

Merseguera: is een typische Spaanse witte druif, die veel wordt gecultiveerd in de streek Levante (langs de oostelijke Middellandse Zeekust van Spanje), waar de druif prettige, zachtfrisse, licht fruitige wijnen kan geven. 


Merzling

Merzling: is een witte druif die in 1960 werd gekweekt door Johannes Zimmermann van het Staatlichen Weinbauinstitut Freiburg in Breisgau (Duitsland). De druif is een kruising tussen seyval blanc (seyve-villard 5276) en een kruising tussen riesling en pinot gris. Merzling staat ook bekend onder het nummer Fr 993-60 en is in 1993 door het Bundessortenamt erkend. De stok en trossen hebben een grote gelijkenis met die van de riesling. Het grote verschil is echter dat merzling een hogere resistentie heeft tegen schimmelziekten als valse en echte meeldauw. De rijpingstijd valt vroeger dan die van riesling. De wijn heeft een duidelijk fris karakter, eigen aan de riesling voorouder.


Molinara-druif

Molinara: is een blauwe druif van redelijke kwaliteit en levert een kleine bijdrage aan de Valpolicella-melange. Het is een drinkbare wijn die licht van kleur is en behalve zuur weinig bijdraagt. Kwaliteitsbewuste producenten gebruiken deze druif steeds minder.


Monastrell

Monastrell: is een blauwe druif (beter bekend onder haar Franse naam mourvèdre) van redelijke kwaliteit uit Spanje, Yecla en in de Levant. Levert betrouwbare oogsten en schijnt resistent te zijn tegen de bij de Vitis vinifera-druiven zo gevreesde Phylloxera. De wijnen van de monastrell zijn iets krachtiger, droger en steviger dan die van de garnacha. Behalve in het zuiden van Spanje (Yecla en Jumilla), waar men hoofdzakelijk deze druif ongemengd vinifieert, worden de wijnen van de monastrell gemengd met o.a de druiven tempranillo, garnacha (grenache), merlot en cabernet sauvignon.


Mondeuse

Mondeuse: is een blauwe druif van goede kwaliteit. De wijnen zijn krachtig, tanninerijk met een hoog zuurgehalte en kunnen over het algemeen lang worden bewaard. Deze druif is hoofdzakelijk in de Franse Savoie en in het Italiaanse wijngebied Friuli aangeplant. Ook heeft men de mondeuse in het voormalige Joegoslavië, Argentinië en Australië verbouwd. Het warme klimaat in die landen biedt de druif de gelegenheid zich van zijn beste kant te laten zien.
Er wordt gezegd dat deze druif uit de Savoie dezelfde is als de grotere uitgave van de syrah, de gros syrah. Vast staat wel dat de mondeuse blanche, welke geen mutatie van de mondeuse noire is, maar ook in de Savoie en Bugey voorkomt, een van de ouders van de syrah druif is, terwijl de andere ouder de dureza is. Er bestaat een andere, ook omstreden theorie dat het dezelfde druif is als refosco uit Friuli. Hij kan niet syrah en refosco tegelijk zijn en waarschijnlijk is de mondeuse geen van beide, hoewel de wijn wel op refosco lijkt en dezelfde smaak van geconcentreerd, intens geurig fruit van pruimen en een afdronk van bittere kersen bezit.


Montepulciano

Montepulciano: de belangrijkste blauwe druif van hoge kwaliteit in de Italiaanse Abruzzo. De wijnen van de montepulciano zijn zelden hard en kunnen meestal al jong worden gedronken, terwijl de betere er met enige rijping op eikenhouten vaten en op fles op vooruitgaan.


Morio-Muskat

Morio-Muskat: is een Duitse kruising (gedaan door druivenkweker Peter Morio - Neustadt 1928) tussen een silvaner en een weißer burgunder (pinot blanc). Is van redelijke kwaliteit en levert vaak grote opbrengsten op. Heeft een zeer indringend en overdadig aroma dat in de verte wel iets weg heeft van muscat. Morio-muskat is gevoelig voor oïdium en rotting. In Zuid-Afrika en Canada komt deze druif op zeer kleine schaal voor.


Moscatel de Alejandria

Moscatel de Alejandria: (ook bekend als Moscatel Romano) is een witte druif die hoofdzakelijk wordt aangeplant in de Spaanse wijngebieden Valencia, Alicante, Malaga en op de Canarische Eilanden. Men denkt dat de druif afkomstig is uit Alexandrië (Egypte). De moscatel de alejandria heeft een hoog rendement, maar is wel zeer gevoelig voor oïdium en vorst in de lente.


Moscatel de Setúbal (synoniem: Muscat d'Alexandrië)

Moscatel de Setúbal: in Setúbal kennen ze de Moscatel de Setúbal of Moscatel Branco (Muscat d’Alexandrië), de Moscatel Roxo (de blauwe variant) en de Moscatel de Douro (kleiner en minder blauw). Voor de gewone Moscatel de Setúbal wordt de Moscatel Branco het meest gebruikt, voor de bijzondere soorten wordt de Moscatel Roxo gebruikt. De Moscatel de Setúbal is de meest geproduceerde, met of zonder jaartal, dessertwijn.


Moscatel (moscato) Roxo

Moscatel Roxo: is de blauwe variant van de moscatel de setúbal. Voor de bijzondere dessertwijnen wordt de Moscatel Roxo gebruikt. Is vrijwel altijd oud, vaak 20 jaar of meer.


Moscato bianco

Moscato bianco: druiven en wijnen van de muskaat-familie vind je door heel Italië. Meestal lichte wijnen met een vleugje zoet en een fijne geur. Wordt vaak gebruikt voor mousserende of frizzante wijnen zoals de Asti Spumante en Moscato d'Asti uit Piemonte en voor de stevige zoete wijnen zoals de Moscato's van Sicilië. Er bestaat ook een rode moscato.


Mourvaison

Mourvaison: werd gecultiveerd rond Grasse (Maritieme Alpen) en op de rechteroever van de Var.   De druif is goed bestand tegen verschillende ziekten. De wijn heeft kleur, taninnes, licht samentrekkend zuurtje, maar soms ontbreekt finesse. De mourvaison druif is alleen toegestaan in de Franse departementen: Alpes-de-Haute-Provence, Hautes-Alpes, Alpes-Maritimes, Bouches-du-Rhône, Var en Vaucluse.


Mourvèdre

Mourvèdre: een aromatische druif, donker van kleur en rijk aan tannine, die wijnen met voldoende kracht en lengte geeft. Van oorsprong Spaans (wordt ook wel mataro genoemd) maar wordt meer in het zuiden van Frankrijk aangeplant, met name in de Provence en Rhône. Ook in Californië en Australië. De mourvèdre wordt hoofdzakelijk gebruikt om rode wijnen meer kracht, karakter en inhoud te geven. Ze krijgen daardoor meer diepgang en worden iets meer klassiek van stijl.


Müllerrebe|Pinot Meunier|Schwarzriesling

Müllerrebe: of schwarzriesling, is de Duitse naam voor pinot meunier. De naam - molenaarsdruif - betekent hetzelfde als Franse 'meunier': het lijkt alsof de behaarde bladeren met meel bestoven zijn, vandaar de naam.


Müller-Thurgau

Müller-Thurgau: is de meest aangeplante druif van Duitsland. Volgens velen is deze druif, een kruising tussen Riesling en Silvaner, ontwikkeld (1882) in het Instituut voor viticultuur van Geisenheim (Duitsland) door professor Hermann Müller uit Thurgau (Zwitserland). Uit DNA-onderzoek blijkt echter dat de druif niet een kruising is tussen Riesling en Silvaner, maar tussen Riesling en Chasselas de Courtillier. De druiven worden vroeg in het seizoen (meestal in september) rijp, het suikergehalte is behoorlijk, het karakter is vrij uitbundig, met veel fruit en bloemige impressies bij voldoende rijpheid. Het zuurgehalte is betrekkelijk laag. Druiven van oude druivenplanten met een beperkte opbrengst en een zorgvuldige vinificatie, kunnen goede, karaktervolle wijnen leveren. Müller-Thurgau kan het beste fris en jong worden gedronken.


Muscadelle

Muscadelle: is geen familie van de Muscat, hoewel zijn druivige, florale aroma dat wel doet vermoeden. Wordt veel in Frankrijk aangeplant,  met name in de Bordeaux en het Zuidwesten. De wijnen van de Muscadelle hebben een geur die muskaatachtig zijn. Wijnen van alleen de muscadelle zijn vrij vlak en te uitgesproken van karakter. Ze worden vaak gemengd om die van de sémillon en sauvignon blanc extra zacht fruit in geur en smaak te geven.


Muscadet of Mélon de Bourgogne

Muscadet: die ook Mélon de Bourgogne wordt genoemd, is een vorstbestendige witte druif en komt oorspronkelijk uit de Bourgogne. De druif draagt rijk en wordt vroeg rijp, een groot voordeel in het koele wijngebied Loire, waar er een frisse witte muscadet-wijn van wordt gemaakt. Deze wijnen hebben meestal een neutrale smaak (soms een lichte zoute smaak) en de geur van fruit. Kunnen het best jong worden gedronken.


Muscardin

Muscardin: is een rode druif uit de Vaucluse. Een klein percentage van de melange voor rode Châteauneuf-du-Pape (Rhône) bestaat uit muscardin. Het geeft de wijn​een vleugje frisse zuren en een bloemig aroma met een fruitige smaak. De wijn van Muscardin is licht van kleur, maar heeft een aantrekkelijk floraal aroma. De druif wordt vaak in combinatie met andere druivensoorten, zoals de syrah, mourvèdre en grenache, gebruikt.


 Muscat (muskaat)

Muscat: een druif die in bijna alle wijnproducerende landen wordt verbouwd. Er worden voornamelijk zoete witte wijnen van gemaakt. Met uitzondering van de Muskat d'Alsace, een droge muskaatwijn uit de Elzas.
De Muscat-druif is de meest veranderlijke: overal ter wereld treft men diverse plaatselijke varianten ervan aan. De standaard kleur kan wit/geel zijn, maar ook roze, rood of zelfs bruin van kleur.


Muscat Blanc à Petits Grains

Muscat Blanc à Petits Grains: is een uitstekende druif voor witte wijn die voorkomt onder veel namen: Muscat de Frontignan, Muscat Lunel, Muscat Blanc, Muscat d’Alsace en Muscat Canelli. De druif kan gemakkelijk worden verward met de druiven: Muscat d’Alexandrie (geen hoogstaande kwaliteit en verspreid over het hele gebied van de Middellandse Zee) en de Muscat Ottonel (van goede kwaliteit en voornamelijk aangeplant in de Elzas). In Duitsland wordt de druif Muskateller genoemd en in Italië  Moscato of Moscato bianco.


Muskat Blue

Muscat Blue: een tafeldruif waarvan ook wijn wordt gemaakt, is gekweekt door de Zwitserse druivenkweker Charles Garnier in 1930. De druif heeft grote trossen met ovale, rood blauwe druiven met een aangenaam kruidige muskaatsmaak. Muscat blue is goed resistent tegen ziekten en heeft ook een goede weerstand tegen de wintervorst, geschat op -24 graden Celsius. In Nederland wordt muskat blue o.a. aangeplant in de wijngaarden van Betuws Wijndomein te Erichem (Gelderland) en in Wijngoed De Reestlandhoeve te Balkbrug (Overijssel)


Muscat d'Alexandrie

Muscat d'Alexandrië: witte druivensoort van matige kwaliteit verspreid over het hele gebied van de Middellandse Zee. De muskat d'alexandrië heeft het typerende muscat-aroma net als de andere talrijke muscat-vatianten. Van oudsher gebruikte men de druiven zowel als fruit als om er wijn van te maken. De wijnen van de muscat d'alexandrië zijn vol, zeer zoet en meestal rozijn- en karamelachtige van smaak. In Zuid-Frankrijk (Roussillon) maakt men van de muscat d'alexanderië o.a. de zoete Muscat de Rivesaltes. De druif wordt ook veel aangeplant in Spanje (moscatel gordo blanco) en in Portugal (moscatel de setúbal).


Le Muscat d'Alsace

Muscat d'Alsace: met een niet te imiteren fruitigheid. Onderscheidt zich door zijn zacht zuidelijke muskaatsmaken en zijn toch droge karakter. Het geeft de verrukkelijke sensatie van het doorbijten van frisse druiven.


Muscat de Hambourg

Muscat de Hambourg: een druif die veelal als tafeldruif gebruikt wordt, maar waarvan ook wijn wordt gemaakt. Als wijndruif wordt hij vooral in Oost-Europa verbouwd.


Muskateller

Muskateller: Duitse naam voor mucat. Meestal wordt muscat blanc à petits grains bedoeld: gelber mukateller, de gele versie die in het Oostenrijkse Steiermark en in Slovenië voorkomt, en de rode  roter muskateller zijn vormen van deze muscatvariant. Weisser muskateller en grüner muskateller zijn andere Duitse synoniemen.


Nebbiolo

Nebbiolo: de koning onder de Italiaanse druiven. Nebbiolo heeft een hete zomer nodig en rijp pas laat in de herfst. De druif geeft een dieprode, stevige, sterk zuur- en tannine houdende wijn die zeer lang bewaard kunnen worden. Heeft een typisch aroma van teer en rozen. De beroemde Barolo en Barbaresco worden van deze druif gemaakt. In het noorden van Piemonte wordt de druif Spanna, in Valtellina (Lombardije) Chiavennesca en in Valle d'Aosta Picotener genoemd. Buiten Italië ziet men de nebbiolo uiterst zelden, zelfs buiten het noorden van Italië komt deze druif maar zeer sporadisch voor.


Négrette

Négrette: een blauwe druif van goede kwaliteit, welke hoofdzakelijk voorkomt in het zuidwesten van Frankrijk rond de stad Toulouse. De négrette wordt gebruikt in de AOC's van de Côtes du Frontonnais en van de Gaillac, waar deze druif 50 tot 70% van de melange moet vormen. Vaak bestaat de melange uit négrette, cabernet sauvignon, cabernet franc, cinsaut of gamay.  Négrette voelt zich thuis in het warme, droge klimaat van de streek, in een natter klimaat is de druif gevoelig voor botrytis. Men streeft er vaak naar de wijnen in de beaujolaisstijl te maken. Négrette geeft een mooie zijdeachtige textuur en een parfum van frambozen aan de beste wijnen. De wijn moet jong gedronken worden en ze zijn doorgaans aangenaam soepel, licht fris, maar aardser dan een Beaujolais.


Negroamaro

Negroamaro: betekent 'zwarte bittere' omdat de wijn zeer donker is. Het is een vrij oud smakende druif van redelijke kwaliteit die in Zuid-Italië, vooral in Púglia (Apulië), aangeplant.  De structuur is stevig en de smaak kan iets van een boerenerf hebben met een duidelijk medicinaal tintje. De druif is te waarderen in een melange met de geurige, sappige malvasia nera. Sommige van de beste rode wijnen uit Puglia zoals Salice Salentino bezitten deze combinatie.


Nero d'Avola of Calabrese

Nero d'Avola: is een Siciliaanse druif en is vernoemd naar het stadje Avola in het zuiden van Sicilië. De druif is een van de belangrijkste inheemse Italiaanse soorten. De wijnstok houdt van warme droge klimaten en wordt ook aangeplant in Australië, met name in het warme Riverland in Zuid Australië. Nero d'avola (ofwel Calabrese) produceert wijnen die mooi donker, zacht en robuust zijn en die goed rijpen, vooral als ze kort in eiken zijn behandeld.


Neuburger

Neuburger: is een witte druif van goede kwaliteit en is een kruising tussen Silvaner en Pinot Blanc. Deze druif komt eigenlijk alleen voor in Oostenrijk en hier worden er rijke, kruidige, zoete, half zoete of droge wijnen van gemaakt die lijken op een intense Pinot Blanc, een Pinot Blanc, of op een Weiβburgunder (ook een van Neuburgers ouders). De andere is Silvaner en deze neutrale, vlakke druif heeft een duidelijke invloed op Neuburger. De opbrengsten per hectare zijn vrij royaal en het mostgewicht is hoger dan gemiddeld.


Oeillade noire | Aragnan noir

Oeillade noire: is een oude vergeten druivenras (1676) en schijnt oorspronkelijk uit de Languedoc te komen. Het is een druif van middelmatige kwaliteit en wordt vaak ten onrechte vergeleken met de cinsault. De druif wordt niet meer verbouwd, behalve nog in enkele wijngaarden in het zuiden van  Frankrijk. Oeillade heeft dikke trossen die bestaan uit grote druiven en geeft donkergekleurde, fruitige, licht alcoholische rode wijn. De druiven werden/worden ook gebruikt als tafeldruif.
Synoniemen zijn: Aragnan noir (Vaucluse), La Croque (Tarn), Passerille noire (Saint-Peray)


Ondenc

Ondenc: een bijna uitgestorven soort die hier en daar voorkomt in Zuidwest Frankrijk, voornamelijk in de regio Gaillac. De druif is niet langer populair vanwege de kleine opbrengst en gevoeligheid voor rotting. Dat is ook de verklaring waarom deze druif nog maar weinig wordt verbouwd. Vroeger werd ondenc in Australië verbouwd, waar hij bekend werd onder de synoniemen irvine's white en sercial; nu groeit ondenc alleen nog in Victoria waar hij de zeer droge basis vormt voor mousserende wijn.


Ortega

Ortega: is een witte druif en werd gecreëerd door de Duitse oenoloog Hans Breider in 1948. Het is een kruising tussen müller thurgau en madeleine angevine x gewürztraminer (= Siegerrebe, gecreëerd door Duitse druivenkweker Georg Scheu in 1929). De ortega is een sterke druif en is hierdoor naast Duitsland aangeplant in British Columbia en de oosterse Canadese provincie Nova Scotia.  De druiven rijpen extreem vroeg (in Duitsland soms al in augustus) en zijn niet gevoelig voor vorst. Ortega geeft zeer zoete druiven met een laag zuurgehalte. De wijn staat garant voor een fijn-fruitig bouquet en exotische smaaktint. Ortega wordt ook als tafeldruif gebruikt.


Petite Arvine

Palatina: een tafelduif, die wordt aangeplant in de wijngaard van het Nederlandse Betuws Wijndomein te Erichem (Gelderland)


Palomino Fino

Palomino Fino: een van de saaiste druiven ter wereld die leidt tot wijnen met een ongekende complexiteit en scherpte als deze druif op de witte, kalkachtige albariza-grond in Zuidwest-Spanje groeit en de wijn in een solera-systeem rijpt. Palomino Fino is de enige druif die in de sherry-streek wordt aangeplant en heeft de mindere Palomino de Jerez of Palomino Basto verdrongen. Palomino levert de fijnste en elegantste sherry's (fino en manzanilla). Men maakt er ook wel droge, witte tafelwijnen van, maar die zijn zelden spannend van kwaliteit omdat wijn de neiging heeft snel te oxideren. Het karakter is bovendien neutraal en mist fruit, terwijl ook het zuurgehalte laag is. Samen met de pedro ximéneren, moscatel vormt de palomino de basis van de sherryproductie. Deze druif is aangeplant in o.a. Jerez, Australië en Zuid-Afrika en luistert ook naar de naam liston. Wordt in Zuid-Afrika onder de naam fransdruif verbouwd.


Parellada

Parellada: een witte druif van goede kwaliteit. Wordt vooral in het Noordspaanse Penedès gebruikt voor de mousserende wijn. Draagt frisheid en fruitigheid bij. Vaak wordt de parellada samen met  de macabeo en xarel-lo gemengd, en kan ook vermengd worden met chardonnay, en sauvignon blanc. Er worden ook stille wijnen van gemaakt die licht, fris en zacht floraal zijn en goede zuren en een voor Spanje laag alcoholgehalte (9-11%) bezitten. De druif komt ook voor in de wijngebied Costers del Serge. De wijnen van de parellada moeten jong worden gedronken.


Pecorino

Pecorino: is een autochtoon wit druivenras uit de Marche en de Abruzzi streek en wordt ook wel schapendruif genoemd. Door zijn dunne schil en de daarbij behorende gevoeligheid voor ziekte en klimaat was deze druif moeilijk te verbouwen en daarom verdween de druif rond 1900 uit de wijnbouw. Tachtig jaar later werd in de buurt van Arquata del Tronto een oude Pecorino-wijnstok ontdekt en deze oeroude druif is weer geherintroduceerd. Pecorino dankt zijn naam aan de schapen van Italiaanse boeren, die de druif als lekkernij beschouwden (Pecora staat voor schaap in het Italiaans).


Pedro Ximénez

Pedro Ximénez: een witte druif van goede kwaliteit en wordt ook wel PX genoemd. Pedro Ximénez en Palomino Fino worden in Jerez gebruikt om zoetheid aan de sherry toe te voegen maar soms wordt een 100% PX (een zoete, donkere dessertsherry) gebotteld.  Pure PX-sherry is een van de meest verleidelijke dessertwijnen die weinig zuren bevat en een dikke, zachte en stroperige textuur bezit.  In solera kan de wijn bijna zwart en zeer geconcentreerd worden, en de wijnen die pas na 60 jaar gebotteld worden smaken praktisch hetzelfde, ze zijn iets intenser dan jongere wijnen.  Traditioneel worden de druiven geplukt en om het suikergehalte te verhogen worden de ze in de zon gedroogd. (De druif kan een zeer hoog suikergehalte in zijn fruit opbouwen en is bestand tegen veel warmte en droogte) 
Volgens de overlevering zou de PX in de 17de eeuw door een Spaanse soldaat (Pedro Ximénez) zijn geïntroduceerd, die hem op zijn terugreis vanuit Nederland uit de Rijnstreek meebracht. Nog afgezien van het klimaatverschil bestaat er helemaal geen moderne wijnstok in de Rijnstreek die op PX lijkt, maar het is een mooi verhaal.


Petit Manseng

Petit Manseng: is een witte druif van zeer hoge kwaliteit, lijkt veel op zijn neefje gros manseng, en wordt aangeplant in dezelfde streek tussen Gascogne en de Pyreneeën (Zuidwest Frankrijk). De druiven van de petit manseng zijn kleiner, smaken uitgesprokener en de vinificatie is lastiger. Petit manseng is geschikter voor zoete wijnen dan gros manseng; de druiven blijven lang aan de wijnstok om passerillé, of verschrompeld te worden. Hiervan maakt men Frankrijks meest intens fruitige, frisse en rijke dessertwijn: Jurançon moelleux. De immense frisheid gecombineerd met een volle rijke zoetheid, waarin allerlei exotisch fruit als ananas en perziken naast specerijen voorkomen, maken deze wijn volstrekt uniek.


Petit Verdot

Petit verdot: is een druif van zeer hoge kwaliteit met een dikke en donker gekleurde schil. Van oorsprong komt de druif uit de Médoc en wordt hier vooral aangeplant in de Margaux, waar de bodem tot lichtere wijnen leidt die de extra tannine en kleur van petit verdot nodig hebben. Petit verdot wordt uitsluitend gebruikt in kleine hoeveelheden om rode wijnen iets meer kracht, diepgang en substantie te geven.  De druif rijpt zeer laat en geeft een onregelmatige oogst. Alleen in de beste en warmste jaren wordt de druif volledig rijp. Door dit moeilijke karakter hebben veel wijnboeren de petit verdot vervangen door commercieel meer betrouwbare druiven zoals de caberbet sauvignon, merlot en malbec. Toch zie je tegenwoordig steeds vaker  dat kwaliteitsbewuste wijnboeren de petit verdot weer aanplanten. De wijnen kenmerken zich door een zeer intense, krachtige en geconcentreerde smaak met een grote kruidigheid en veel diepgang.


Petite Arvine

Petite Arvine: oude plaatselijke witte druivensoort van Wallis/Valais, waarvan de naam en de oorsprong waarschijnlijk teruggaan tot de Romeinse tijd. Produceert soepele, droge wijnen, maar vooral uitstekende wijnen van late oogst met aroma’s van citrus en ananas. Wijnen van de petite Arvine kunnen zeer goed bewaard worden.


Phoenix

Phoenix: is gekweekt op het Duitse instituut voor Druiventeelt (1994) te Geilweilerhof. Deze druif is een kruising tussen de Bacchus en Villard Blanc (= Seyve Villard 12-375, wat op zijn beurt een kruising is tussen Seibel 6468 en Seibel 6905) De Phoenix is een modern ras en heeft een hoge resistentie tegen meeldauw (Oïdium) en valse meeldauw (Peronospora). In Nederland komt Phoenix vooral voor in de nieuwe, kleine wijngaarden waar men op zoek is naar resistente rassen en biologisch probeert te telen. De phoenix-druif staat ook bekend onder de naam GA 49-22, naar het instituut Geilweilerhof.


Picolit

Picolit: is een DOC in de Colli Orientali del Friuli voor delicate, evenwichtig, zeer zoete dessertwijn uit het wijngebied Friuli-Venezia Giulia. Picolit is lang gebruikt voor de meest bekroonde Italiaanse dessertwijn, maar na vele jaren triomfen hebben gevierd valt de wijn terug.  De meeste intense versies zijn de passito-wijnen die gemaakt zijn van laat geplukte, verschrompelde druiven die geperst en gefermenteerd worden. Er zijn ook late-harvest versies van druiven die nog later zijn geplukt. De opbrengst is klein, want de vruchtzetting is slecht en dat is ook de reden van de kleine aanplant. De druivenstok vraagt om een goede plek op vulkanische grond en op een helling. In de 18e eeuw werd de dessertwijn geëxporteerd naar het Toscaanse, Oostenrijkse, Hollandse, Russische, Britse, Saksische en Franse hof.


Picpoul of Piquepoul

Picpoul: zowel een witte als blauwe druif in het zuiden van Frankrijk die gemiddelde kwaliteit wijn produceert. Dankzij hoge zuurgraad geschikt voor distillatie in Armagnac, maar wordt ook geteeld voor productie van vermouth. Synoniem voor: folle blanche, piquepoul noir en piquepoul gris.
Picpoul noir is aromatisch en bereikt een hoog alcoholgehalte. Is licht van kleur en rijpt niet. Deze druif is in Frankrijk bijna verdwenen. Picpoul blanc valt op door zijn hoge zuurgraad en citroenachtig fruit. Deze druif wordt niet veel aangeplant, maar is een nuttige mengpartner en heeft het AC Picpoul de Pinet nabij de kust ten noorden van Adge (Languedoc).


Piedirosso

Piedirosso: ook per'e palummo, groeit in het zeer oude wijngebied Campania in Zuid-Italië en op het eilandje Ischia in de Golf van Napels. De druif neemt al enkele jaren in aantal af en er is nog nauwelijks de helft over van wat er twintig jaar geleden stond aangeplant. Deze druif maakt nog deel uit van de melange van Lacryma Christi del Vesuvio en van Falerno Rosso.


Pignatello / Perricone

Pignatello: een Siciliaanse druif, die in het gebied rond Palermo ook perricone wordt genoemd. Onder gunstige omstandigheden levert deze druif een robijnrode wijn, warm van smaak met voldoende body en een aangenaam bouquet. Ook is pignatello bij veel wijnboeren zeer gewild voor mooie rosé wijnen.


Pineau d'Aunis ou Chenin noir

Pineau d'Aunis: is ook bekent als Chenin noir. Het is een blauwe druif van matige tot redelijke kwaliteit. Pineau d'Aunis, die sinds de Middeleeuwen voorkomt in de Loire, wordt het meest gebruikt in de wijngaarden rond Touraine en Anjou. De wijnen ervan hebben een ingetogen en fruitig karakter en iets kruidigs, maar zijn niet bijzonder.  Is beslist geen familie van de beroemde pinot noir, pinot blanc, enz.


Pinenc

Pinenc: synoniem voor Fer. Het is een zeer oude inheemse druivensoort, die ook bekend staat als de Fer Servadou of Braucol of Mansois. De Pinenc wordt aangeplant in het  zuidwesten van Frankrijk, onder andere in de wijngebieden Gaillac, Côtes de Saint-Mont, Madiran en Côtes de Gascogne.


Pinot Blanc / Pino Bianco

Pinot Blanc: een Bourgognedruif met een goede kwaliteit.  De wijnen hebben over het algemeen een vrij ingetogen geur en smaak, die meestal fris en bloemig is als ze jong zijn, iets kruidiger als ze ouder zijn. Ook is een betrekkelijk volle smaak met een vrij hoog zuurgehalte karakteristiek. Pinot Blanc wijnen zijn uitstekende begeleider van allerlei niet te zware gerechten bijvoorbeeld Asperges. In de Elzas wordt de druif soms Klevner of Clevner genoemd. Is bekend als Pinot Bianco in Italië en als Weißburgunder of Weißer Burgunder in Duitsland en Oostenrijk. In Slovenië en de Balkanlanden kan de druif beli (witte) pinot heten. 


Pinot gris / Pinot grigio

Pinot Gris: de druiven krijgen als ze geheel rijp zijn een licht roze-grijze kleur. Het karakter loopt uiteen van weelderig en vet tot licht en levendig. De pinot gris zorg voor kruidigheid in de wijn. In de Elzas oogst men de pinot gris laat en maakt er een rijke, complexe wijn van.  In Italië, waar de druif pinot grigio wordt genoemd, oogst men vroeg en maakt er een levendige, frisse wijn van. In Duitsland is de druif ook succesvol en men maakt er zowel wijnen van in Elzasser stijl als met een halfdroge smaak. Hier noemt men de druif Ruländer, grauer burgunder (Grauburgunder) of grauklevner. Ruländer wordt veel in het wijngebied Baden aangeplant.


Pinot meunier| Müllerrebe|Schwarzriesling

Pinot Meunier: een blauwe druif van redelijke tot goede kwaliteit en is een mutatie van de zeer bekende Bourgondische druif pinot noir. De naam refereert aan meel (en molnaar) omdat de bladeren van de druif door de aanwezige beharing haast bestoven lijken met een laagje meel. Is zeer geschikt om mousserende wijnen van te maken en gedijt goed in relatief koele wijnbouwklimaten. Is de meest aangeplante druif in de Champagne en levert daar een niet weg te denken bijdrage aan de meeste Champagne-melanges. Wordt in Frankrijk ook wel farineux noir of noirin enfariné genoemd. In Duitsland is de druif bekend als müllerrebe of schwarzriesling en geeft in Zuid-Duitsland (Württemberg en Baden) lichte en zachte rode wijnen met een milde fruitigheid. Ook is de druif in Oostenrijk (blaue postitsch-traube) en in het voormalige Joegoslavië aangeplant.


Pinot Noir

Pinot Noir: in oude tekst uit 1659 wordt de druif ook Rotkläffner genoemd. Pinot noir is een nobele blauwe druif, afkomstig uit de Bourgogne en waarvan alle grote Bourgognes worden gemaakt. De druif  groeit met name in een koeler klimaat en is zeer afhankelijk van de bodemgesteldheid. Daarom is het is geen gemakkelijk druivenras om te verbouwen. Maar als de omstandigheden ideaal zijn kan men zeer complexe, elegante wijnen maken van topniveau. Is ook van belang in de champagnemost. Deze druifsoort geeft champagne ruggengraat, kracht en volheid. De fameuze pinot noir is in bijna ieder wijnland te vinden. In Duitsland wordt de  druif spätburgunder genoemd.


Klik hier voor meer informatie


 Pinotage

Pinotage: is een kruising tussen pinot noir en cinsault. Pinotage is een ras dat vrij makkelijk te verbouwen is. Hij rijpt vroeg, geeft een redelijk grote opbrengst en maakt veel suikers aan. Bovendien groeit de populariteit door zijn expressieve en geheel eigen karakter.

 

 


 Pinotin

Pinotin: deze druif wordt aangeplant in de wijngaarden van Betuws Wijndomein te Erichem (Gelderland), in Wijngaard De Amsteltuin te Amstelveen (Noord-Holland), in Wijngoed De Reestlandhoeve te Balkbrug (Overijssel) en Wijnhoeve De Colonjes te Groesbeek (Gelderland)

 

 


 Plant d'Arles of Cinsault

Plant d'arles: ofwel cinsault of cinsaut is een druif voor twee doeleinden: het is een mooie tafeldruif die rijpt na de chasselas, onder de naam d'oeillade en een uitstekende wijndruif in de Midi en de Garonne-vallei, die bloeit in stenige, droge, goed liggende hellingen. De druif heet boudales in Roussillon, plant d'arles in de Provence (Bouches du Rhône), picardan noir in de Var, morterille noire in Haute-Garonne en hermitage in Zuid-Afrika.


 Le Portan

Portan: is een kruising tussen de grenache noir en de blauer portugieser gedaan door de Fransman Paul Truel in 1958 met als doelstelling dat deze druif betrouwbaarder rijpt dan de grenache.  Le portan wordt hoofdzakelijk aangeplant in het wijngebied Languedoc en levert delicate rode wijnen, zeer fruitig, frisse aroma's van frambozen en zacht fruit. Makkelijk te drinken.


 Der Portugieser

Portugieser: is een blauwe druif van redelijke kwaliteit. De druif wordt vooral in het wijngebied Pfalz en langs de Ahr (Duitsland) aangeplant. De druiven rijpen zeer vroeg in het seizoen en geven een lichte, vaak vrij slappe rode wijn. Vaak wordt de portugieser gebruikt voor het maken van Weiszherbst, een rosé-achtige, fruitige wijn. Zijn vaste plaats onder de rode wijnsoorten van bijna 10% heeft de portugieser, die in 1860 in de Pfalz kwam, vooral daarom bereikt, omdat speciaal jonge mensen van zijn ongecompliceerde eigenschappen (neutrale smaak, milde zuren, weinig bouquet) houden. Toch moet men deze immigrant uit het oosten, die met Portugal helemaal niets te maken heeft, niet onderschatten. Menig kenner denkt dat de portugieser van Oostenrijke origine is. In Oostenrijk wordt de druif blauwer portugieser genoemd, in Frankrijk meer en meer portugais bleu, in Hongarije en Roemenië kékoporto.


 Poulsard

Poulsard: is een blauwe druif van goede kwaliteit. Hoofdzakelijk in de Jura aangeplant. Levert lichtgekleurde, tere en verfijnde wijnen. Wordt meestal samen met gamay, trousseau en pinot noir verwerkt in rode Arbois- en Jura-wijnen. Poulsard is een verfijnde soort die vroeg uitloopt en gevoelig is voor nachtvorst, meeldauw, oïdium en grijze rot. Het is een goede tafeldruif die zich vanwege zijn dunne schil moeilijk laat vervoeren. De druif is grootschalig aangeplant.


Primitivo of Zinfandel

Primitivo: is een modieuze druif uit het wijngebied Puglia (Italië). DNA-onderzoek wijst uit dat primitivo dezelfde druif is als de Californische zinfandel, maar dat zegt niets over hoe de druif in Italië is gekomen. De druif lijkt eerst in Californië en daarna in Italië te zijn geïntroduceerd. Primitivo heeft vele jaren een verborgen bestaan geleid in Puglia, waar hij kleur en kracht aan melanges gaf en een paar eigen DOC's had; buiten Italië kwam de primitivo zelden voor. De populariteit van zinfandel heeft daar verandering in gebracht en nu duikt primitivo overal op, ook in Australië.


Proseccodruif

Prosecco: is een druif die al 200 jaar wordt geteeld. De trossen zijn typisch goedkleurig. De naam prosecco verwijst niet naar de streek, maar naar de druif. Bijna alle prosecco wordt aangeplant in de zones Valdobbiadene en Conegliano ten noorden van Venetië of in de Colli Euganei nabij Padua. Prosecco rijpt laat, wat de druif geschikt maakte voor de spumante-traditie: de fermentatie stopte in het najaar waardoor koolzuur en restsuikers in de wijn achterblijven die in het voorjaar weer zouden gaan fermenteren - als de wijn dan nog niet was gedronken. Tegenwoordig wordt voor deze wijn meestal de Champagnemethode gebruikt.


Prunelard

Prunelard: stamvader van de malbec, is een oude, zeldzame, ruw en grillige druif, ontstaan in Gaillac, Zuid-Frankrijk. De komst van phylloxera in de 19e eeuw is de druif vrijwel uitgeroeid, maar eind 20e eeuw werden er nog enkele oude wijnstokken gevonden. Net als van zijn bekendere nakomelingen malbec, hebben de wijnstokken kleine en middelgrote trossen met intens gekleurde duiven en een kleine opbrengst.


Refosco

Refosco: een blauwe druif uit Noordoost Italië. Het karakter van de wijnen van deze druif is krachtig, tanninerijk, met  een volle kleur en hoog zuurgehalte. De druiven zijn goed bestand tegen rotting maar rijpen laat, wat de hoge zuurgraad en onrijpheid verklaart. De beste wijnen (uit wijngaarden met een lage opbrengst en een ideale bodem) kunnen goed rijpen op fles. Er zijn diverse soorten refosco: ampelograaf Galet beschrijft refosco dal peduncodo rosso, de beste Italiaanse kloon en refosco nostrano. De wijnschrijver Nicolas Belfrage noemt nog refosco d'istra en refosco del terrano, die dezelfde schijnt te zijn als de cagnina in Romagna ( zuidoostelijke deel van het wijngebied Emilia-Romagna) en de teran in Slovenië. Refosco wordt ook in Griekenland verbouwd, waar recentelijk het pedunculo rosso type is aangeplant.


Regent (wijndruif)

Regent: is een kruising (1967 door Prof. Dr. Gerhardt Alleweldt) tussen de Diana Hamburg (Sylvaner x Müller Thurgau) en Chambourcin (Franse hybride). Staat ook bekend onder de naam Geilweilerhof 67-198-3, genoemd naar het Duitse Instituut voor Druiventeelt waar de druif is gekweekt.
Regent is in de Nederlandse wijngaarden op dit moment de belangrijkste druif voor de productie van rode wijn. De druiven rijpen in Nederland vanaf eind september, hebben een redelijke weerstand tegen schimmelziektes, een goede houtrijping en vorsthardheid. De wijn is  een Bordeauxachtige donkere, volle tanninerijke rode wijn met aroma's van bosvruchten.


Reichensteiner

Reichensteiner: een moderne (1939) geelgroene tot vaalbruine druif in Duitsland, uit een kruising van madeleine angevine met calabreser fröhlich, opnieuw gekruist met müller-thurgau. Het grootste deel van Duitslands reichensteiner groeit in Rheinhessen. Ook wordt deze druif aangeplant in Nieuw-Zeeland en in Engeland. De reichensteiner geeft eenvoudige, milde witte wijnen.


Ribolla Gialla

Ribolla Gialla: een aantrekkelijke druif uit het wijngebied Friuli-Venezia Giulia in Italië. De wijnen van deze druif zijn meestal goed van zuren voorzien, de smaak is doorgaans uitgesproken vol en de geur en smaak hebben een bloemig en citrusachtig karakter. Ribolla groet in het heuvelland van de Collio en Colli Orientali, maar ook over de grens in Slovenië, waar de druif rebula wordt genoemd. In Griekenland wordt de druif onder de naam robola aangeplant en levert hier de meest verfrissende, droge witte wijnen. De Griekse robolla/ribolla wijnen zijn vaak voller en krachtiger en die uit Italië zijn vaak verfijnd en tintelfris.


Riesèl

Rieslaner: is een kruising uit 1921 van silvaner en riesling doe vooral in het Duitse Franken groeit en een van de betere moderne kruisingen is waarvan wijnen met mooie bessentonen worden gemaakt. De druiven moeten wel rijp zijn en aangezien rieslander laat rijpt kan dat problemen geven. Onrijpe rieslander is vreselijk zuur.


Rieslaner

Riesèl: is een witte druif (VB 11-11-89-12), gekweekt door de Zwitserse druifkweker Valentin Blattner in 1989. De riesèl heeft een redelijke tot goede tolerantie tegen peronospera, botrytis en oïdium, waardoor deze druif als schimmeltolerant mag worden weergegeven. De riesèl is de milieuvriendelijke variant van de riesling en hoeft minder vaak bespoten te worden. De wijn van deze druif wordt gekenmerkt door een aangename milde zuurgraad met een fijne rieslingachtige geur. De riesèl-druif staat momenteel op de voorlopige landwijnlijst, maar wordt nog niet toegelaten tot de officiële lijst.


Riesling

Riesling: een zeer nobel druivenras die zijn oorsprong vindt in Duitsland. Nog steeds wordt de druif hier veel aangeplant. Een misverstand is dat Riesling een zoetere wijn voortbrengt. Droge Rieslings kunnen fijne genuanceerde wijnen zijn van grote klasse. Sinds midden van de 19de eeuw is deze druif ook in de Franse Elzas een klassieker. Jonge Rieslings zijn fruitige, lichte wijnen die kunnen verrassen met een perfecte harmonie tussen zoet en zuur. Een belegen Riesling heeft een zeer uitbundige, kruidige, olieachtige (petrolie) en honingachtige geur en smaak, met bij de beste wijnen nog een duidelijke, superelegante citrustoon.


Klik hier voor meer informatie 


Rivaner

Rivaner: zo noemt men in Luxemburg en in voormalig Joegoslavië de druivensoort Müller-Thurgau. In Luxemburg is rivaner breed verspreid.  Er kunnen aardige, ietwat bleke wijnen van worden gemaakt.


Rolle

Rolle: of Vermentino. Waarschijnlijk aan de Malvasia verwante druivensoort voor witte wijn, misschien wel dezelfde. In Bellet, vlakbij Nice, worden van deze druivensoort krachtige, intense, witte wijnen gemaakt. In de smaak en geur veel rijp fruit, noten, en enigszins kruidig.

 


Romorantin

Romorantin: een witte druif die gebruikt wordt voor Cour-Cheverny en die in 1993 tezamen met die van Cheverny werd gecreëerd. De witte Cheverny wordt gemaakt van de chenin blanc, chardonnay en de sauvignon blanc. De wijnen van de romorantin, die nergens anders voorkomt, heeft zijn eigen AOC, maar de aanplant neemt af omdat de druif niets karakteristieks heeft. De traditionele wijn van de romorantin is vurig, maar weinig aantrekkelijk en ze zijn zwak en onbeduidend als ze op moderne, hygiënische wijze in roestvrij staal zijn bereid.


Rondinella-druif

Rondinella: maakt deel uit van de Valpolicella-melange en is meestal de minst  karaktervolle mengpartner. De druif mist de elegantie en aroma van de corvina, de belangrijkste druif in de melange. Rondinella is ziektebesteding, zeer productief en daarom geliefd bij de druiventelers. Het suikergehalte wordt niet erg hoog, maar de druif droogt zeer goed en bewijst daarom zijn diensten in de recioto-mengwijn.


Rondo-druif

Rondo: is een uit Duitsland (Geisenheim; Gm 6494-5) afkomstig blauw druivenras met een hoge schimmeltolerantie en is goed bestand tegen extreme kou.  Rondo wordt in Nederland met succes aangeplant en geeft een hoge opbrengst met middelgrote tot grote donkerblauwe trossen die als ze lang blijven hangen (rijping vanaf half september) een hoog suikergehalte ontwikkelen. Geeft een donkerrode wijn, fruitig tot vol van smaak, rijk aan tannines, die in kwaliteit niet onderdoet voor buitenlandse rode wijn en doet denken aan een Bourgogne.


Roscetto

Roscetto: is een authentieke druif die uitsluitend in de Montefiascone regio van het oude Latijnse Rijk groeide. Op het punt van bijna uitsterven is het ras gered door Riccardo Cotarella van het betrekkelijk jonge wijnhuis Falesco, opgericht in 1979, in Montefiascone. De druif werd gevonden op een fraaie helling bij het Lago di Bolsena, de Poggio dei Gelsi in de Italiaanse provincie Latium. De lokale Roscetto is weer opnieuw aangeplant en levert op de vulkanische bodem bij het Bolsena-meer een bijzondere, krachtige, mineralige, fruitige witte wijn.


Rosenmuskateller / Muscat rosé à petit grains

Rosenmuskateller: ofwel Muscat rosé à petit grains is een bijzonder druivenras uit de muskaatfamilie. Een dieproze, naar rozen geurende muscat-druif uit Trentino-Alto Adige in Noord-Italië. Het is een zeldzame druif die zowel zoete al droge wijn met een zwaar theerozenparfum produceert. In Oostenrijk levert de rosenmuskateller bijzondere, rijke en complexe dessertwijnen met een intense rozengeur op. De droge variant is meestal bitter. 


Roussanne

Roussanne: deze witte druif wordt in het noordelijk deel van de Rhône (in de jaren 1990 enorm toegenomen) aangeplant. De wijnen hebben een verrassend elegante textuur, met een kruidig en mineraal parfum. Ze zijn  geuriger dan die van de Marsanne, ook een druif die  in de Rhône wordt aangeplant. Toch worden deze 2 druiven vaak gemengd, want de opbrengst van Roussanne is ongelijkmatig. De druif is ontvankelijk voor meeldauw, rot snel, is niet bestand tegen harde wind, rijpt laat en oxideert makkelijk in de kelder.


Blauer Saint-Laurent

Saint-Laurent: (sank-laurent) een rode druif van goede kwaliteit, die later in Oostenrijk bekendheid kreeg. De druif zou een mutatie van de pinot noir zijn, maar de Ampelograaf (druivenkenner) Pierre Galet is ervan overtuigd dat het geen pinot noir is en dat de druif oorspronkelijk uit het zuiden van de Elzas komt. De druif bezit het zachte, sappige fruit van kersen en lijkt daarin op pinot noir en misschien nog meer op goede gamay. De wijn kan het best jong gedronken worden. Levert ook diepkleurige rode wijnen, met een krachtige aardse, maar ook fruitige geur en smaak, die na enige flesrijping zacht en milder wordt. In Zuid-Duitsland komt deze druif ook voor en in het koele Tsjechië is het één van de succesvolste rode variëteiten.


Salomé of Siramé

Salomé: wordt ook wel siramé genoemd. Deze blauwe druif is afkomstig uit Zwitserland en werd eind jaren 70 gecreëerd door Anton Meier op zijn kweekstation in Würenlingen. Onder de stamouders zijn zowel Europese als Amerikaanse soorten; met name seyval schijnt een belangrijk aandeel te hebben gehad. Salomé heeft goede resistentie tegen schimmelziekten als valse en echte meeldauw. De druif is geschikt als wijndruif maar zeker ook als tafeldruif. De salomé druif geeft een volle rode merlot-achtige wijn: fruitig met voldoende tannine en een dieprode kleur van het type Bordeaux.


Sangiovese

Sangiovese: de meest voorkomende oeroude en zeer robuuste, maar dun vliezige soort. Oorspronkelijk afkomstig uit Toscana en van daaruit verspreid over heel Italië. Sangiovese bestaande uit twee kwalitatief sterk verschillende subvariëteiten. De Sangiovese piccolo (de mindere) domineert en is de hoofdsoort in de Chianti. De Sangiovese grosso (de betere) levert de Brunello en Vino Nobile de Montepulciano op. Bij een geringe opbrengst uitstekende, zeer lang te bewaren rode wijnen. Sinds 1960 wordt deze bekende Toscaanse druivensoort ook op Sicilië aangeplant. Hier geeft de druif een volle rode wijn, harmonieus maar ook best stevig. Vaak beschikt de wijn over een fris karakter, reden waarom hij in veel gevallen jong gedronken wordt.


Saperavi

Saperavi: is een blauwe druif uit de voormalige Sovjet-Unie (de Krim), welke bestand is tegen winterkoude. Saperavi heeft een donkere schil met roze vruchtvlees, rijpt laat en heeft een kleine opbrengst. Door zijn donkere kleur wordt deze druif ook dikwijls gebruikt om lichte wijnen meer kleur en kracht te geven. De wijnen van saperavi  kunnen ontzettend oud worden (tot wel 50 jaar). In hun jeugd zijn ze ontoegankelijk vanwege de grote smaakintensiteit en het hoge gehalte aan zuren en tannine. Uitgerijpte wijnen bezitten nog lang de intense pruimengeur en -smaak en zijn meestal evenwichtig van karakter. In het onderzoeksinstituut Magaratch in de Krim is saperavi gekruist met cabernet sauvignon, wat Magaratch Ruby heeft opgeleverd die enig potentieel lijkt te hebben; ook is saperavi met de Portugese bastardo gekruist, wat tot Magaratch Bastardo heeft geleid. De laatste druif is bedoeld voor de productie van versterkte wijn.


Sauvignon Blanc

Sauvignon Blanc: ook wel fumé blanc genoemd, is de belangrijkste witte druif van de Bordeaux. Langs de Loire worden er frisse, fruitige wijnen van gemaakt. In Sauternes, wordt de druif vermengd met de sémillon. Sauvignon blanc verspreidde zich in de 18e eeuw via migranten naar de rest van de wereld. In  wijngebieden met een gematigd klimaat voelt de druif zich op zijn best. De sauvignon blanc, lokaal surin genoemd, is één van de oudste druivenrassen die in Frankrijk aangeplant werden.
Sauvignon Blanc heeft een kenmerkende parfum van bloemetjes en kruisbessen, is
kruidig maar kan zowel wrang zijn (rond de bovenloop van de Loire) als mollig en rond. De wijnen hebben meestal een hoge zuurgraad.


Klik hier voor meer informatie 


Sauvignon gris / Sauvignon rosé

Sauvignon Gris: een andere naam voor fié gris of sauvignon rosé, een soort sauvignon blanc met roze druiven. De druif is minder aromatisch dan de sauvignon blanc, maar levert elegante, redelijk wijnen. Château Smith-Haut-Lafitte in het wijngebied Pessac-Léognan voegt zo'n 5 procent sauvignon gris toe aan de droge witte wijn, die verder uit de sauvignon blanc bestaat. Sauvignon Gris is een zeer oud én uniek druivenras en wordt het meest aangeplant in het wijngebied Bordeaux en in kleine mate in Chili en Uruguay.


Savagnin

Savagnin: witte aromatische druivensoort in de Jura van hoge kwaliteit, onder meer voor de productie van de sherryachtige wijn Vin jaune, specialiteit van Arbois. Ook worden in die streek witte wijnen van zowel de chardonnay als savagnin. Het karakter van de wijnen van de savagnin is aromatisch en rijk aan extract, waarbij impressies van noten en was duidelijk aanwezig zijn. Een nauwe verwant van de savagnin noemt men de clevner de heiligenstein in de Elzas.


Scheurebe

Scheurebe: deze tamelijk nieuwe Duitse witte druif (1916) van hoge kwaliteit is een kruising tussen riesling en silvaner. Dr. Georg Scheu (1879-1949) wilde een betere silvaner, met meer aroma en meer weerstand tegen vorst en clorose, een aandoening bij planten die op kalksteen groeien. In Rheinhessen komt veel kalksteen voor en om deze redenen kruiste Dr. Scheu (Duitse meest succesvolle Rebzüchter) silvaner met riesling. De wijn van scheurebe heeft meer gemeen met rieslingwijn dan met silvanerwijn. Scheurebe mist de strakke elegantie van goede riesling en zelfs de beste exemplaren zijn meestal oneleganter, maar bij hoge predikaatnummers wel complex en vol. Het zijn krachtige zoete wijnen met een fantastische smaak van rijpe roze grapefruit gehuld in honing, die vrij goed rijpen. Scheurebe rijpt tot een hoger suikergehalte, heeft een hoge opbrengst en lijkt de meest fascinerende wijnen in de Pfalz op te leveren. Deze druif is absoluut de succesvolste moderne Duitse kruising. In Oostenrijk staat scheurebe bekend als sämling 88. Zaailing nummer 88 werd geselecteerd uit varianten die Dr. Scheu in 1916 kweekte. 


Schwarzriesling|Müllerrebe|Pinot Meunier

Schwarzriesling: synoniem voor müllerrebe, müllertraube of pinot meunier en is zo genoemd om zijn gelijkenis met de rieslingtros.  Groeit in Württemberg, Baden, Pfalz en Franken. In Württemberg wordt deze druif voor de lokale roze specialiteit Schillerwein (rosé) gebruikt. Hier bestaat ook een lokale variant, genaamd Samtrot. De wijn van schwarzriesling is licht van kleur, lichter dan een pinot noir, bezit een iets hoger zuurgehalte en is rokerig van smaak. In Duitsland wordt er ook een witte mousserende wijn van gemaakt.


Sciascinoso: een rode druif, aangeplant in het wijngebied Campania (Zuid-Italië) waar hij ook bekend is als olivella, vanwege zijn vorm, die doet denken aan een olijf. Sciascinoso groeit voornamelijk in de provincie van Napels en Avellino, maar is ook aanwezig in de rest van de regio. Hoewel sporadisch, komt de druif ook voor in het zuidelijke Lazio wijngebied.


Sémillon

Sémillon: voor droge maar ook zoete Bordeaux-wijnen. De rijpe druif is rijk aan suiker en zeer gevoelig voor edele rotting (pourriture noble). Er wordt van deze druif 's werelds mooiste (zoete) wijn de Sauternes gemaakt. Het karakter van een jonge sémillon-wijn is afhankelijk van de streek. In koele gebieden: fris geurig  (sauvignon blanc achting) met een vrij volle smaak. In warme gebieden: ingetogen geurend naar kiezel, vol en soms log van smaak met een laag zuurgehalte. Kenmerkend is het milde bittertje in de smaak en afdronk.


 Seyval Blanc_Seyve-Villard

Seyval Blanc: is een witte vroegrijpe hybridedruif die goed gedijt in een koeler klimaat. De druif werd gecreëerd in 1921 in het Franse Saint Vallier (Drome) door Bertille Seyve en zijn zwager Villard. Ook wordt de druif wel seyve-villard genoemd, de namen van de kwekers. Seyval Blanc is een kruising tussen seibel 5656 en seibel 4986 (rayon d'or). Seibel is een classificatie van druiven die afkomstig zijn van de Franse vinoloog Albert Seibel (1844-1936), die bekend stond om zijn werk in het ontwikkelen van phylloxera-resistente rassen. Seyval Blanc rijpt vroeg en biedt een goed alternatief in koele klimaten voor druiven zoals chardonnay en sauvignon blanc, die niet tegen extreme koude kunnen. Seyval blanc wordt ook wel verbouwd voor gebruik als tafeldruif en in privé tuinen is de druif populair omdat hij zich gemakkelijk langs hekken en pergola’s laat leiden.


 Silvaner

Silvaner: is afkomstig uit Transsylvanië (Roemenië). De druif wordt aangeplant in Duitsland, in Zwitserland (als johannisberg), in Oostenrijk en in de Elzas (als sylvaner). De wijnen van de silvaner zijn vrij neutraal en hebben een lekkere frisse, pittige geur en smaak  (ietwat hoog zuurgehalte). Ze kunnen het best jong worden gedronken.


 Solaris

Solaris: deze druif wordt o.a. aangeplant in de wijngaarden van Betuws Wijndomein te Erichem (Gelderland), in Wyndomein de Heidepleats te Sint Nicolaasga (Friesland), in Wijngaard De Kroon te Den Burg (Texel), in Wijngaard De Amsteltuin te Amstelveen (Noord-Holland), in Wijngoed De Reestlandhoeve te Balkbrug (Overijssel) en in Wijnhoeve De Colonjes te Groesbeek (Gelderland)


 Souvignier Gris

Souvignier Gris: ook wel souvigner gris genoemd, is een schimmel-resistente witte druif (Fr 392-83). De druif is een kruising tussen de Cabernet Sauvignon x Bronner en werd gekweekt in 1983 door de Duitse agrarische wetenschapper Dr. Norbert Becker (1937) aan het Staatliches Weinbauinstitut Freiburg in Baden-Württemberg. Souvinier gris wordt aanplant in Duitsland, Nederland, Italië en Frankrijk en de wijnen van deze druif zijn krachtig, vol, neutraal tot licht fruitig.


 Spätburgunder/Pinot Noir

Spätburgunder: Duitse naam voor de Pinot Noir. Deze druif is vooral aangeplant in het wijngebied Ahr,  Rheingau, Pfalz en Baden. De stijlen van deze wijn zijn in Duitsland erg veranderd, waarbij de bleke zoete wijnen zijn vervangen door droge en soms te nadrukkelijke op eiken gerijpte versies. De beste wijnen komen uit Pfalz en Baden.


Syrah

Syrah: een sterke blauwe druif van zeer hoge kwaliteit. Deze druif is doorgaans niet gemakkelijk voor de wijnboeren, maar het is wel dé smaakmaker voor veel Côtes du Rhône Village. Levert onder optimale omstandigheden onvoorstelbaar krachtige en complexe wijnen. Hebben een hoog tannine-gehalte, zonder stroef te zijn. De syrah-druif heeft snel last van slechte vruchtzetting bij koel weer tijdens de bloei (coulure) maar is weinig gevoelig voor druivenziekten zoals Oïdium en Peronospora. In Australië, waar de druif shiraz wordt genoemd, is hij eveneens op grote schaal aangeplant. Generaliserend kan men zeggen dat de Australische shiraz minder sober is dan Rhône syrah, met bredere, zoetere fruitigheid en meer smaken als chocolade en bessen in plaats van de rook en mineralen van de noordelijke Rhône.


Klik hier voor meer informatie


Tannat

Tannat: een blauwe druif van hoge kwaliteit uit de Baskische regio van Frankrijk, o.a. in Côtes de Saint-Mont, Béarn, Cahors, Irouléguy, Madiran en Tursan. De wijnen van de tannat kenmerken zich door hun donkere kleur, hun intense aardse, kruidige en fruitige smaak (framboos) en bovenal door hun enorme tanninegehalte. Men gebruikt zelfs vaak cabernet sauvignon in de melange om de wijnen te verzachten en te verfijnen. In de beste Madirans toont de tannat zijn ware grootheid en karakter. In combinatie met zowel cabernet sauvignon als cabernet franc en vaak ook iets fer servadou, levert deze druif wijnen met kracht, intensiteit en een zeer eigen karakter met vooral aardse kruidigheid en veel fruit.  Ook worden er droge, zeer fruitige rosés met kracht en volheid van de tannat gemaakt.


Tempranillo

Tempranillo: betekent 'vroeg' en is een niet rechtopstaande wijnstok met grote, ongelijkvormige bladeren en grote trossen met dikke druiven. Zeer waarschijnlijk is het een inheems Spaans druivenras. Zijn oorsprong zou kunnen liggen in de Pyreneeën, waar in de 80-tige jaren nog wilde stokken van de tempranillo werden aangetroffen. Wordt veel in de Spaanse wijngebieden  aangeplant en wordt gezien als een zeer edel ras. Dat komt mede doordat het de belangrijkste druif is in de kwaliteitsgebieden Rioja en Ribera del Duero. Tempranillo geeft donkere wijnen met een laag zuur- en alcoholgehalte.  Houtrijping doet de wijnen waarin tempranillo is verwerkt goed en geeft ze een extra zachtheid. Is een goede basis voor rode Rioja-wijnen. Tempranillo is bekend in Penedés als ull de llebre en in La Mancha en in Valdepeñas bekend als cencibel


Klik hier voor: Tempranillo, de vroege vogel


Terret

Terret noir: een blauwe druivenvariëteit van redelijke kwaliteit en komt voornamelijk in Zuid-Frankrijk voor. De neiging bestaat om terret (of de terrets, want de druif kan verschillende kleuren hebben) te beschouwen als een relikwie uit de oude wereld. Terret gris en terret blanc geven witte wijnen en werden ooit gebruikt bij de productie van vermout in het zuiden van Frankrijk; deze industrie is tanende en daarom is er steeds minder behoefte aan een druivensoort die in staat is wel 150 hl/ha te produceren en wijn te leveren die fris, licht en droog is, maar verder niets speciaals bezit. Terret noir is toegestaan in de mengwijn Châteuneuf-du-Pape, Corbières, Minervois en andere zuidelijke wijnen, maar bezit een lichte kleur en weinig body. Terret noir geeft mengwijn aroma en gaat goed samen met druivensoorten als mourvèdre en grenache.


Le Tibouren

Tibouren: een Provençaalse blauwe druivensoort van goede kwaliteit. Komt hoofdzakelijk voor in de Provence. Deze druivensoort is kwetsbaar voor coulure, waardoor opbrengsten laag kunnen zijn. Levert een zeer kruidige en karaktervolle droge rosé waarin kruiden en iets fruit domineren.


Tinta de Toro

Tinta de Toro: is een lokale eeuwenoude variant van de tempranillo druif en dateert al van rond 210 voor Christus toen de Romeinen het gebied Toro veroverde. Tinta de Toro groeit in een zeer continentaal klimaat met hete zomerdagen, koele zomernachten en korte, koude winters. De druif heeft in de loop der eeuwen een dikke schil ontwikkeld om zich tegen dit klimaat te wapenen. Het maakt de wijn alleen maar krachtiger en intenser. In de jaren tachtig waren wijnen uit Toro ronduit boers te noemen met hoge alcoholpercentages. Vandaag de dag oogsten de wijnboeren de druiven iets eerder, zodat ze het alcoholgehalte kunnen beperken tot een redelijk percentage en dat de wijn minder zuren bevat.


Tocai Friulsno

Tocai Friulano: het is de voornaamste witte druif in de DOC-zones Collio, Colli Orientali, Friuli Grave en Friuli Isonzo en beslaat een 5e deel van de wijngaarden. De tocai friulano levert ook DOC-wijnen in Veneto en Lombardije. In Argentinië wordt er wat tocai friulano (of een wijnstok met die naam) verbouwd. De naam Tocai wekt wel verwarring op met de wijnen met dezelfde naam uit Hongarije en de Elzas, maar deze lijken helemaal niet op de wijnen van de Tocai Friulano.


Tokay Pinot Gris / Tokay d'Alsace

Tokay Pinot Gris: stond lang onder deze naam bekend in de Elzas, maar de Europese bureaucraten hebben verordonneerd dat deze naam vermeden moet worden om verwarring te voorkomen met de Tokaj uit Hongarije. Tokay een synoniem voor pinot gris, een druif die niets te maken heeft met Hongaarse Tokaj-wijn, ontwikkelt een weelderigheid en een karakteristieke smaak. Stevig, rond en lang hangend in de mond, presenteert hij complexe aroma's van kreupelhout, soms met een licht rooksmaak. Gaat uitstekend bij foie gras, wild, wit vlees, geroosterd vlees en orgaanvlees (lever, niertjes)


Touriga Franca

Touriga Franca: werd tot  2001 touriga francesca genoemd, is een druivensoort voor port met een robuuste smaak. De druif is 1 van de 5 top druivensoorten die door de autoriteiten officieel voor port worden aanbevolen, maar  is niet van dezelfde klasse als touriga nacional of trinto roriz. De opbrengst is redelijk goed, maar de druif heeft veel warmte nodig om goed te kunnen rijpen. Touriga franca past zich goed aan op verschillende bodemtypes en komt ook voor in de regio Trãs-os-Montes ten noorden van het Dourodal.  


Touriga Nacional

Touriga Nacional: het is niet duidelijk waar touriga nacional is ontstaan, maar te oordelen naar de variatie van de klonen in de regio's Dão en Douro komt de druif hier al lang voor. In de Dão ligt het dorp Touriga, en in de buurt ligt een ander dorp genaamd Mortágua. In Portugal wordt de touriga nacional soms mortágua genoemd. In Australië is de druif bekend onder de naam touriga en de touriga in Californië is waarschijnlijk touriga franca. Jonge touringa nacional bezit een diep en intens aroma dat doet denken aan cabernet sauvignon.


Trebbiano

Trebbiano: in heel Italië treft men deze witte druif aan. Levert droge wijnen met veel kleur en geur. In Frankrijk heet trebbiano ugni blanc of saint-émilion. De druif wordt voornamelijk verbouwd in de Cognac en in Armagnac en zijn wijn verdwijnt in de distilleerkolven (Alambiek = distilleertoestel van de alchemisten)


Trebbiano di lugana

Trebbiano di lugana: is de trebbiano di soave, die soms bekend staat als trebbiano di lugana of trebbiano veronese.  Trebbiano di soave/di lugano is de enige druivensoort die voor Lugana wordt gebruikt, een wijn van de zuidkust van het Gardameer met meer gewicht en karakter dan de meeste Soaves. Trebbiano di soave/di lugano is de beste ondersoort van de trebbiano en is de minst geplante soort. In oppervlakte en opbrengst wordt deze druif overtroffen door de saaiste soort trebbiano toscano.


Trincadeira

Trincadeira: deze Portugese druif kent vele andere namen: rabo de ovelha tinto, tinta amarela, espadeiro, crato preto, mortágua en murteira. Vele Portugese wijnstokken delen echter dezelfde synoniemen: trincadeira is dezelfde wijnstok als tinta amarela, maar dat is waarschijnlijk alles. Trincadeira komt in heel Portugal voor, maar vooral in de Alentejo. De druif rijpt vroeg, geeft een hoge opbrengst en bederft snel. De wijnen van de trincadeira druif zijn dieprood van kleur, zwart fruit in de smaak, soms met een vleugje kruidigheid en goede tannine.


Trollingen

Trollinger: groeit bijna uitsluitend in Württemberg en is waarschijnlijk afkomstig uit Tirol. Een hele late rijper. In Italië heet de druif schiava grossa en wordt ook wel großvernatsch (Zuid-Tirol) en black hamburg (Engeland) genoemd. De wijnen zijn meestal lichtrood gekleurd en vrij licht, soepel, neutraal en mild van smaak, soms iets gezoet. Trollinger komt ook wel voor als blauer trollinger; de soort dient ook als druif voor tafelwijn. 


Trousseau

Trousseau: de druivenstok wordt in een geringe hoeveelheid aangeplant in de Jura in het oosten van Frankrijk. Trousseau rijpt moeilijk, tenzij de druif op de warmste grindachtige bodem groeit. De oogst is onregelmatig en troussau wordt vaak vervangen door pinot noir. Trousseau wordt samen met de poulsard tot droge rode wijn verwerkt. Sommigen denken dat de trousseau-druif dezelfde is als de Portugese bastardo en de cabernet gros uit Australië. Er bestaat ook een blekere mutatie, trousseau gris, wellicht dezelfde als de zeldzame soort die in Califonië gray riesling wordt genoemd.  


Ungi blanc

Ungi blanc: het is werelds grootste producent van witte wijn. Geeft een hoge zuurgraad aan de wijn, heeft een zeer neutraal karakter met een laag alcoholgehalte en vertoont snel de neiging tot oxidatie.  Ungi blanc wordt onder andere gebruikt in het kleine wijndistrict Pallet in de Provence en is de enige druif voor de productie van Cognac in de Charente. In Italië wordt de druif trebbiano genoemd.


Vaccarèse of Camarèse of Brun Argenté

Vaccarèse: is een blauwe druif van redelijke kwaliteit en wordt eigenlijk alleen in het zuidelijke Rhône-gebied aangeplant. De druif wordt slechts in melanges gebruikt en heeft een karakter dat sterk lijkt op die van de syrah. Mist echter de klasse van deze druif. De vaccarèse wordt ook wel aangeduid als camarèse of brun argenté (zilveren bruin).


 VB91-26-5

VB91-26-5: ofwel Cabernet Colonges. De druif wordt aangeplant in de wijngaarden van Betuws Wijndomein te Erichem (Gelderland) en Wijnhoeve De Colonjes te Groesbeek (Gelderland)


Verdejo

Verdejo: een Spaanse druif van goede kwaliteit. Marqués de Riscal en Marqués de Griñon haalden de verdejo in de jaren 1980 uit de vergetelheid. De druif levert frisse en vaak elegante, droge witte wijnen op in het gebied Rueda (Castilië). Verdejo wordt vaak gemengd met de macabeo- en palomino-druif. Verdejo komt ook voor in de DO's van de Toro en Cigales.


Verdelho

Verdelho: witte druif voor een Madeira,-wijn, halfdroog van smaak en toch ook nog in veel gevallen relatief licht van karakter. Op het eiland Madeira staat Verdelho zowel voor een druif als een stijl. Sinds 1993 moet Madeira-wijn met de naam Verdelho minimaal 85% van deze druif bevatten. In Portugal wordt Verdelho  gebruikt voor wijnen van het Dourodal (Gouveio genoemd) en voor Port.


Verdicchio bianco

Verdicchio blanco: de beste en meest karaktervolle witte druif in de Italiaanse regio Marche.  De wijn is aromatisch en smaakt goed naar noten en citroen. Er zijn 2 DOC's: Castelli di Jesi, die de grootste is, en di Matelica, die lagere opbrengsten verwerkt en de wijn met de meeste inhoud is.


Verduzzo

Verduzzo: een witte druif uit Friuli en Veneto in Italië. De druif geeft droge, nootachtige witte wijnen. Wordt ook in Veneto voor droge en complexe dessertwijnen gebruikt. Veel hangt af of de wijn is gemaakt van de verduzzo trevigiano of van de kennelijk niet verwante verduzzo friuliano. Verduzzo friuliano is verfijnder en komt sinds het begin van de 19e eeuw in Friuli voor. Aan het begin van de 20ste eeuw kwam de verduzzo trevigiano en nam door grote opbrengsten een aanzienlijk deel van de wijngaard in beslag. De wijngaarden op hellingen passen beter bij de druivensoort dan die op het platteland, en de verduzzo die hier groeit is waarschijnlijk verduzzo giallo en een ondersoort van verduzzo friuliano. De andere ondersoort, verduzzo verde, is minder interessant en komt vooral op de vlakten voor.


Vermentino

Vermentino: is een karakteristieke druivensoort in Ligurië, van het Italiaanse eiland Sardinië, en  ook van het Franse eiland Corsica, waar hij soms de naam malvoisie de corse krijgt. Vermentino is een witte druif van goede kwaliteit, die meestal volle, krachtige wijnen geeft. Deze droge witte wijnen kunnen een interessante intense fruitigheid met diepgang en verfijning bezitten als ze een zorgvuldige vinificatie hebben ondergaan. Vermentino blijkt in de Middeleeuwen te zijn geïmporteerd uit Spanje en was een ondersoort van malvasia. Deze soort onderging veel mutaties, zodat er nu zo'n 40 versies van vermentino bestaan.  Wordt ook wel abusievelijk malvasia genoemd.


Vernaccia di San Gimignano

Vernaccia di San Gimignano: een aantal druiven soorten draagt deze naam, soms ook rode, meestal witte. De oorspronkelijke Vernaccia van San Gimignano wordt verbouwd voor DOC-wijn van dezelfde naam is waarschijnlijk niet verwant aan de vernaccia die op Sardinië wordt gebruikt voor de sherryachtige Vernaccia di Oristano. In het Duits verandert de naam in vernatch, de naam van een rode druivensoort uit Trentino-Alto Adige. De oorzaak van deze veelzijdigheid is dat de stam van de naam 'plaatselijke druivensoorten' betekent.  Er is dus geen reden waarom een vernaccia uit het zuiden van Italië enige gelijkenis heeft met een vernaccia uit het noorden. Zo bestaat er in de regio Marche een mousserende Vernaccia di Serrapetrona. Niettemin is Vernaccia van San Gimignano de bekendste vernaccia, mede omdat dit de plaatselijke wijn is van zeer toeristische stadje in Toscane. De wijn is meestal goed en betrouwbaar, met frisse zuurheid en een rijpe, bladachtige smaak van citrusvruchten. Het is een goede Toscaanse wijn met karakter.


Vernaccia nera

Vernaccia nera: is van lokale oorsprong.


Viognier

Viognier: een uiterst kwetsbare witte druif van zeer hoge kwaliteit die de basis vormt van Château Grillet en Condrieu. Deze druif is ook tot 20% toegestaan in de rode Côte Rôtie. Viognier geeft een delicate, zacht geurende witte wijn. Steeds meer kwaliteitsbewuste wijnboeren planten de Viognier aan en daardoor stijgen meestal hun witte wijnen enorm in kwaliteit.


Viura of Macabeo

Viura: soms ook macabeo genoemd. De hoge opbrengst en het aanpassingsvermogen van deze witte druif in alle condities maken de viura populair. Voor stille witte wijnen, zowel droge als zoete, maar men maakt er ook de bekende bruisende Cava's van.
Viura speelde ooit de rol van verzachtende soort in rode Rioja. Regio's namen vroeger toevlucht tot deze methode als de tannine en zuurgraad te hoog bleken voor een aangename consumptie.


Welschriesling

Welschriesling: een druif met een redelijke tot goede kwaliteit. Is beslist niet verwant met de Duitse rijn- of echte riesling. Het is misschien wel verklaarbaar waarom de naam werd gekozen. 'Welsch' betekent 'buitenlands' in Duitse dialecten, en omdat de druivensoort in Oostenrijk Welschriesling heet mag men aannemen dat de druif hier is ontstaan. (In Duitsland wordt deze druif niet aangeplant) De naam is mogelijk afgeleid van Wallachije in Roemenië: de Slavische naam voor Wallachije is Vlaska. De Italianen geven de voorkeur aan de naam Riesling Italico en gebruiken de naam Riesling Renano voor de echte Rijn Riesling. Welschriesling levert met name in de warme streken goede wijnen met veel frisheid en een vrij kruidig en aromatische karakter, maar haalt als wijn niet de verfijning van een echte Riesling van topklasse. Welschriesling heeft meer warmte nodig dan de Riesling. Het is een betrouwbare producent die vrij hoge opbrengsten kan geven en met enkele uitzonderingen wijnen voortbrengt die bestemd zijn om snel na de oogst gedronken te worden. Ze worden zowel in droge als lichtzoete stijl gemaakt.


Xarel-lo / Pansà blanca

Xarel-lo: een zeer productieve wijnstok, die bestand blijkt te zijn tegen plantenziekte. De trossen zijn meestal klein. De wijnen hebben een lager alcoholgehalte dan die van de macabeo-druif. Ze zijn rond, fris en fruitig en hebben een zeer karakteristiek aroma. Wanneer de druiven niet de kans hebben gehad goed te rijpen is de wijn enigszins zuur en is zeer geschikt voor de bereiding van mousserende wijnen.  Xarel-lo heeft meer karakter in de regio Alella ten noorden van Barcelona, waar de naam pansà blanca is en de wijn meer aroma en de smaak van limoenbrandewijn heeft.


Zibibbo of Moscatellone

Zibibbo: of Moscatellone is de Siciliaanse naam voor de minder aromatische en mindere verleidelijke muscat of alexandrie. Dit klassieke druivenras is zeer waarschijnlijk in de achtste eeuw door de Arabieren in Italië geïntroduceerd. Opmerkelijk is dat de Zibibbo in het begin van de twintigste eeuw vrijwel uitsluitend op het kleine eiland Pantelleria (ten zuiden van Sicilië) voorkwam. Vroeger zowel als nu gebruikt men de zibibbo voor het maken van heerlijke zoete en volzoete dessertwijnen die ongetwijfeld tot de beste in hun soort behoren.


Zinfandel of Primitivo

Zinfandel: is een blauwe druif van goede kwaliteit die een hoge opbrengst kan geven. Is hoofdzakelijk in Californië aangeplant voor rode wijnen, die kunnen variëren van licht en fruitig tot donker en tanninerijk. De wijnen van deze druif zijn een beetje te verglijken met die van de Bordeaux. Zinfandel leent zich ook erg goed om wat extra kracht en kleur aan wijnen van minder goede druivensoorten te geven. In Apulië (Zuid-Italië) noemt men naar alle waarschijnlijkheid dezelfde druif Primitivo; deze druif geeft een intense, donkergekleurde en zeer krachtige wijn met in zijn jeugd veel fruit. Zowel droge als zoete versies worden er van gemaakt. Ook in Cape Mentelle (West-Australië), in Fairview Estate (Zuid-Afrika), in Mexico en in Chili zijn er zinfandel-druivenstokken aangeplant.


Klik hier voor het artikeltje:  Warme rode familie van Nicolaas Klei


zweigelt, blauer zweigelt, zweigeltrebe

Zweigelt: (blauer zweigelt, zweigeltrebe) een typische Oostenrijkse druif werd in 1922 ontwikkeld door dr. Friedrich Zweigelt, directeur van de Bundeslehr- und Versuchanstalt für Wein- und Obstbau in Klosterneuburg, die saint-laurent kruiste met de blaufränkisch (limberger). De druif is makkelijk te verbouwen (grotendeels in Burgenland en Niederösterreich) en in andere koele klimaten, met name Engeland en delen van Duitsland. Zweigelt geeft royale opbrengsten en prettig drinkbare, vrij lichte, intense fruitige beaujolaisachtige wijnen. Als jonge wijn een fruitig bouquet, wat met het rijper worden ronder en fijner wordt. De kwaliteiten reiken van jong te drinken, lichte tafelwijn tot krachtige bewaarwijnen.