Bourgogne, bakermat van adellijke wijnen
Men weet niet wie de wijnstok in de Bourgogne heeft geïntroduceerd, maar het staat vast dat de Romeinen er al wijn en wijngaarden aantroffen toen zij het gebied veroverden. Onder hun invloed groeide en bloeide de wijnstok op grote schaal. Het einde van deze Romeinse periode betekende grotendeels ook het einde van de wijnstok in Bourgogne.
Met de komst van de monniken, met name de Cisterciënzers die zich in 1098 in het plaatsje Cisteaux vestigden, herleefde de wijncultuur. Doordat zij niet op persoonlijk gewin uit waren, maar uitsluitend voor het welzijn van het klooster werkten, kon er veel tijd en aandacht besteed worden aan het verbeteren van druivensoorten en de oogst.

Bourgoge, van A.C. tot Grand Cru
In vergelijking met Bordeaux is Bourgogne een gecompliceerd wijngebied. Maar qua reputatie staan Bourgogne en Bordeaux op gelijk niveau. De Bourgogne is een mozaïek van wijngaarden en appellations. Tot het noordelijk deel van de Bourgogne behoren de districten Chablis, Côte d'Or (Côte de Nuits en Côte de Beaune) en de Côte Chalonnaise. In het zuidelijke deel behoren de districten Mâconnais en de Beaujolais. 

Het district Chablis kent 4 kwaliteitsaanduidingen:

Petit Chablis: het eenvoudigste type dat bij voorkeur jong gedronken moet worden.
Chablis: afkomstig uit een van de 20 gemeenten in de regio. Bodemgesteldheid, microklimaat en wijnmaker zijn bepalend voor de uiteindelijke kwaliteit.
Chablis 1er Cru: 29 wijngaarden mogen hun naam aan die van Chablis toevoegen, zoals bijvoorbeeld Montmains.
Chablis Grand Cru: van de 7 aaneengesloten wijngaarden op de heuvel ten oosten van de stad Chablis komen de topwijnen, waaronder Les Clos.

 De Côte d'Or en de Côte Chalonnaise kent vijf kwaliteitsaanduidingen:

1. Allereerst is er A.C Bourgogne. Deze algemene aanduiding geldt voor zowel rode als voor witte wijnen, die volgens nauw omschreven criteria gemaakt zijn (druivensoort, opbrengst per hectare en wijnbereiding).
2. Een tree hoger staan de wijnen met de naam van het district op het etiket, zoals Côtes de Beaune Villages A.C, Côtes de Nuits Villages A.C of Bourgogne Côte Chalonnaise.
3. Nog een stapje hoger staan de gemeenteappellations.
In de Côte de Nuits komen we de volgende gemeente appellations tegen: Marsannay, Fixin, Gevrey-Chambertin, Morey-Saint-Denis, Chambolle-Musigny, Vougeot, Vosne-Romanée en Nuits-St, Georges.
Het centrale deel, de Côte de Beaune, heeft de volgende gemeenteappellations: Ladoix-Serrigny, Aloxe-Corton, Pernand-Vergelesses, Savigny-Les-Beaune, Chorey-Les-Beaune, Beaune, Pommard, Volnay, Monthélie, Saint-Romain, Auxey-Duresses, Meursault, Blagny (alleen voor rode wijn), Puligny-Montrachet, Saint-Aubin, Santenay, Dezize-Les-Maranges, Sampigny-Les-Maranges en Cheilly-Les-Maranges.
Het zuidelijke deel van het hier beschreven gebied is de Chalonnais met de gemeenteappellations: Rully, Mercurey, Givry en Montagny.
4. Vervolgens de Premier Cru. De naam van de gemeente en van de wijngaard 'climat' staan op het etiket, al dan niet met de toevoeging 1er Cru.
Voorbeelden hiervan zijn: Beaune Les Grèves, Santenay Gravières.
5. Bovenaan de ladder staan de Grand Cru's. Hier wordt alleen de naam van de wijngaard op het etiket vermeld, zoals bijvoorbeeld Corton-Charlemagne en Clos de Vougeot, en niet de naam van de gemeente omdat de wijngaard binnen de grenzen van meerdere gemeenten kan liggen.

Van rood naar wit en van 'climat' tot wijnmaker
Chablis dankt zijn grote klasse en finesse mede aan een kalk- en mergelhoudende ondergrond. Het gebied brengt uitsluitend witte wijnen voort. Binnen de 1600 hectare wijngaarden van deze appellation treffen we 9 wijngaarden aan die 1er Cru op het etiket mogen toevoegen en 7 wijngaarden die de waardige toevoeging Grand Cru mogen voeren.

De Côte de Nuits brengt vrijwel uitsluitend rode wijnen voort. Ook hier treffen we een ondergrond van voornamelijk kalk en mergel aan. Elke gemeente heeft wel een 1er of een Grand Cru 'climat' binnen haar gemeentegrenzen liggen. Wij telden meer dan 110 1er Cru's en 23 Grand Cru's.

De Côte de Beaune met ongeveer 3000 hectare aan wijngaard en daarmee bijna twee keer zo groot als de Côte de Nuits, brengt witte en rode wijnen voort. De aanplant pinot noir vinden we vooral op een ondergrond van kiezel en klei en de Chardonnay treffen we aan op mergelhoudende grond. In dit grote gebied mogen meer dan 200 wijngaarden de titel 1er Cru voeren en slechts 8 mogen zich Grand Cru noemen. 

Ten zuiden van de Côte de Beaune begint de streek van de Chalonnais wijnen. Dit gebied brengt rode en witte wijnen voort, de laatste vooral uit de gemeente Montagny. Rully, Mercurey en Givry volgen voor de benaming 1er Cru dezelfde lijn als de Côte d'Or. In Montagny daarentegen mag een witte wijn zich 1er Cru noemen indien het alcoholpercentage tenminste 11,5% bedraagt.

In Bordeaux behoren de 'Cru's' tot één Château en daarmee zijn de topwijnen gemakkelijk te herkennen. Het grondbezit in Bourgogne is daarentegen erg verdeeld. Ieder 'climat', het perceel dat zich Premier- of Grand Cru mag noemen, behoort aan meerdere eigenaren toe en iedere eigenaar drukt weer zijn eigen stempel op zijn wijn.

Een stukje geschiedenis
In 581 schonk Gontran, koning der Bourgondiërs, de wijngaarden van Dijon aan de abt van Saint-Bénigne. Een historische gebeurtenis met grote gevolgen, want deze gift stelde de monniken in staat om over wijn voor hun kerkdiensten te beschikken. In navolging van Gontran schonken diverse vorsten wijngaarden aan religieuze ordes zoals die van Aloxe, Fixey, Santeney, Chassagne, Savigny, Pommard en Meursault. De verbreiding van de wijnbouw ging door in de tijd van Karel de Grote (rond 800). Deze keizer was ook voor de wijnbouw in andere Europese landen van grote betekenis. Met de stichting van Benedictijner en Cisterciënzer kloosters werd de wijnbouw systematisch en grootschalig ter hand genomen. Cluny, ten westen van Mâcon, was vanaf het begin van de 10e eeuw het centrum van de Benedictijnen. Deze kloosterorde bezat wijngaarden, en in Gévrey-Chambertin en Vosne-Romanée. De vrome en strenge Cisterciënzers hechtten, onder leiding van Bernard de Clairvaux, zeer aan de combinatie van gebed en landarbeid. Zij ontgonnen en bewerkten ook wijngaarden. Een van de beroemdste wijngaarden die de Cisterciënzers als schenking in bezit kregen was die van Vougeot. In 1336 was deze wijngaard uitgegroeid tot 50 hectare en de  kloosterlingen besloten hier een muur omheen te zetten. De grootste (ook tot op heden) ommuurde wijngaard van de Bourgogne was geboren.

Een Koninklijke smaak
In de eeuwen die volgden genoten de wijnen van Bourgogne een grote reputatie. Wijn uit Beaune was zeer geliefd aan het Franse koningshof en Lodewijk XI was zeer gecharmeerd van wijn uit Volnay. Ook Lodewijk XIV (18e eeuw) wist een glas Bourgogne zeer te waarderen, maar zijn voorkeur ging uit naar wijnen van de Nuits. Diverse uitspraken illustreren de bijzondere kwaliteit van Bourgogne: "Mijnheer, bij het schenken van een edele Bourgogne moet u het glas heel voorzichtig ter hand nemen, het bewonderen, de geur opsnuiven, het glas weer neerzetten en over de wijn discussiëren". En van Alexandre Dumas weten we: "Niets doet de toekomst van ons leven door een rozere bril zien". Thomas Jefferson, later President van de nog jonge Verenigde Staten van Amerika, noemde Meursault 'goutte d'or'.

De lappendeken en het handelshuis
Tot de 16e eeuw waren de wijngaarden voornamelijk in handen van de adel en van de kerk. Door de veranderingen op de politieke landkaart en het terugdringen van de macht van de kerk kwamen steeds meer wijngaarden in handen van welgestelde burgers.
Met de 'code Napoléon', het Burgerlijk Wetboek dat in 1804 onder het bewind van Napoléon tot stand kwam, werd een eind gemaakt aan het erfrecht van de eerstgeborene, met als gevolg dat de van oorsprong forse wijngaarden steeds meer opgedeeld werden. Tot 1750 hadden de 'courretiers-gourmets' de taak om wijnen voor de handel te proeven en te selecteren. Door de wijnwetgeving hoefden de wijnboeren minder en minder van hun diensten gebruik te maken. Velen besloten dan ook zich als wijnmakelaar te vestigen. Zij kochten de wijnen van de wijnboeren, legden deze op in eigen kelders en verkochten ze later aan hun klanten in Parijs en in andere belangrijke centra.
Met de komst van de spoorwegen werd het vervoer van wijn vergemakkelijkt en nam de export en de macht van de makelaars steeds verder toe. Zij kochten niet alleen kant en klare wijnen op, maar gingen er ook steeds meer toe over om oogsten op te kopen, om daar zelf wijnen van te maken. Het ontstaan van de handelshuizen, zoals het bekende huis Ropiteau Frères, was daarmee een feit.

  Chardonnay en Pinot Noir, het koningskoppel van Bourgogne

De mooiste rode wijnen van Bourgogne worden gemaakt van de pinot noir. Voor witte Bourgognes is dit de chardonnay. Op kleinere schaal komen we ook nog de witte aligoté en de rode gamay tegen. De aligoté geeft in het algemeen een knisperend droge wijn, terwijl de gamay aan de basis staat van helderrode, bekoorlijke en in ieder geval zeer fruitige rode wijnen. In de Beaujolais is de gamay een verhaal apart. De bijzondere combinatie van bodemstructuur en gamay zorgt hier voor wijnen die naast veel fruit ook karakter en raffinesse bezitten.
Niet voor niets zijn er in de Beaujolais 10 gemeenten met recht op een eigen herkomstbenaming. De  beroemde 10 'Crus du Beaujolais'. De pinot noir is een zeer oud druivenras. Hij is zeer gevoelig voor spontane mutaties en in de loop der tijd zijn er zeer veel verschillende typen pinot noir ontstaan. De pinot noir is gebaat bij een langzame, geleidelijke rijping, want alleen dan kan de smaak van de wijn zich subtiel, verfijnd en rijk geschakeerd ontwikkelen. Het niet al te warme klimaat in de Bourgogne is dan ook ideaal. Omdat de pinot noir een vroeg uitlopende druif is, bestaat ieder jaar het risico van voorjaarsvorst. De druif gedijt het best op een kalkstenen ondergrond met een luchtige bovenlaag van leem of mergel. Het aroma van jonge pinot noir-wijnen verraadt duidelijk tonen van rood fruit (o.a. frambozen, kersen, rijpe aardbeien).
Bij oudere wijnen komt hier een heel scala aan nobele geuren bij, zeker ook wanneer de wijn een periode van houtrijping heeft ondergaan. Van groot belang voor de kwaliteit is wel dat de opbrengst per hectare beperkt blijft, ten hoogste 50 hectoliter. In tegenstelling tot de pinot noir is de chardonnay een zeer reislustige druif. In bijna alle grote wijnlanden van de wereld (ook in Australië, Zuid-Amerika en Californië) komt hij voor en levert hij uitstekende wijnen. Een chardonnay uit Bourgogne bezit zowel in geur als smaak veel finesse. Omdat het alcoholgehalte doorgaans royaal is en de zuurgraad laag, heeft de wijn bovendien vaak iets molligs. In het aroma kan men nuances ontdekken van divers fruit, honing en soms iets nootachtigs.
Een korte periode van houtrijping (ideaal is 8 tot 12 maanden nieuw hout van de Limousin-eik) geeft de wijn een fraaie extra dimensie.

Leven als een Bourgondiër
De uitdrukking 'leven als een Bourgondiër' is niet zo maar een verzinsel, maar heeft wel degelijk een historische basis. Onder Karel de Stoute bereikte het hertogdom Bourgogne in de 15e eeuw zijn grootste geografische omvang. Ook de Lage Landen maakten deel uit van dit rijk. Aan het Bourgondische hof en in kringen van de heersende elite ontwikkelde zich een levensstijl die nu nog spreekwoordelijk is. De weelde was groot en men genoot van alle goede dingen des levens, vooral ook eten en drinken.

Bron: Gilde Wijnhuis Magazine - Najaar 1997


Leven als een bourgondier - Tekst Heiz J. Maahz
Men weet niet precies wanneer de wijnstok voor het eerst in de Bourgogne arriveerde. Mogelijk kende de Bourgogne al voordat ze onder Romeins gezag kwam, een bescheiden wijnbouwcultuur. Vast staat in ieder geval dat de Romeinen, net als elders in Frankrijk, voor een belangrijke impuls zorgden. Bekend is ook dat toen keizer Constantijn een bezoek aan Autun bracht (312 na Christus) in de streek 'Pagus Aregrignus', het latere Côte d'Or, er wijngaarden waren. Het betreffende document vermeldt ook dat 'de wijnstokken oud zijn en er verwaarloosd bij staan'. Een gegeven dat mogelijk verband houdt met de invasies van Franken en Alemannen (vaak aangeduid met 'barbaren') in het midden van de derde eeuw na Christus.

Middeleeuwen
In 581 schonk Gontran, koning der Bourgondiërs, de wijngaarden van Dijon aan de abt van St. Bénigne, een belangrijke gebeurtenis met verregaande gevolgen. De monniken waren namelijk zeer ingenomen met deze gift, want hierdoor beschikten zij over wijn voor hun kerkdiensten. In de eeuwen die volgden, waarbij het koninkrijk Bourgondië in een hertogdom veranderde, schonken verschillende opvolgers van Gontran eveneens wijngaarden aan diverse religieuze ordes, zoals die van Aloxe, Santenay, Chassagne, Pommard en Meursault.
Wijn was in de Middeleeuwen een symbool van rijkdom en voorspoed en er waren monniken die door de materiële welvaart de strenge kloosterregels enigszins uit het oog verloren en te veel van allerlei aardse zaken genoten. Dit leidde tot belangrijke ontwikkelingen in een aantal kloosters. Zo bekritiseerde Bernard de Clairvaux de sfeer van luxe en genotszucht zoals hij die bij de orde der Benedictijnen (Cluny) meende te zien. In 1112 voegde hij de daad bij het woord en voerde hij in het klooster van Citeaux de nodige veranderingen door. Hieruit ontstond de orde der Cisterciënzers. De Cisterciënzers leefden geheel volgens het devies 'cruce et aratro' (met het kruis en de ploeg) en begonnen intensief en arbeidzaam het land te bewerken, waarbij de wijnstok vanzelfsprekend niet ontbrak. Al snel werd wijnbouw een van de belangrijkste bezigheden van de orde. Een van hun beste wijngaarden was de Clos de Vougeot, die de Cisterciënzers in 1110 door schenking in hun bezit hadden gekregen. In 1336 was Clos de Vougeot uitgegroeid tot ca. 50 ha.


Clos de Vougeot: wellicht de beroemdste wijngaard van de Bourgogne


Trouweloze gamay
Toen de Middeleeuwen ten einde liepen, had zich het wijnbouwareaal van Bourgogne sterk uitgebreid en voor de wijnbereiding maakte men gebruik van een grote verscheidenheid aan druivenrassen, die overigens niet, zoals tegenwoordig, apart van elkaar werden gevinifieerd. In het jaar 1395 verbood Philips de Stoute in zijn wijngaarden het gebruik van de als 'trouweloos' omschreven Gamay-druif. Volgens hem leverde deze druif weliswaar veel wijn, maar was de smaak nogal wrang. Toch heeft de Gamay deze moeilijke periode glansrijk weten te doorstaan. Van de Gamay worden tegenwoordig voortreffelijke rode Beaujolaiswijnen gemaakt. Nergens bereikt de Gamay (die eigenlijk 'Gamy noir à jus blanc' heet) een hoger kwaliteitsniveau dan juist in de Beaujolais.
De Bourgognewijnen, met name die van Beaune, waren lange tijd favoriet aan het hof der Franse koningen. Men zegt dat Philip Augustus, toen hij bij Bouvines de strijd aanbond tegen de keizerlijke legers, een vat Beaune liet aanrukken. En ook bij de kroning van Philips VI in Reims vloeide deze wijn rijkelijk. Van Lodewijk XI is bekend dat hij verzot was op Volnaywijn. Had hij misschien wel daarom het opstandige hertogdom Bourgogne onder zijn heerschappij gebracht?
De Bourgogne kende natuurlijk ook minder glorieuze tijden. Na diverse feodale oorlogen werd het gebied geteisterd door godsdienstoorlogen. In deze periodes moest de wijnstok meer dan eens het veld ruimen voor graan. Toch bleef de Bourgogne in deze tijden zijn belangrijke rol in de wijnhandel vervullen.


Eens was de Gamay in de Bourgogne een verboden druif


Chaptaliseren
Aan het eind van de 17e en het begin van de 18e eeuw kwamen Bourgognewijnen opnieuw in de mode, onder meer omdat Lodewijk XIV er zo veel van lustte. De wijnen van toen waren echter anders dan die van tegenwoordig. De kleur bijvoorbeeld was destijds veel lichter. Het was niet ongebruikelijk om witte en rode druiven met elkaar te mengen, hetgeen een rozerood gekleurde wijn opleverde. Het schijnt dat buitenlanders (met name Duitsers, Nederlanders en Scandinaviërs) om zwaardere wijn vroegen. Mogelijk heeft men op hun verzoek suiker aan de most toegevoegd om een alcoholrijkere wijn te krijgen. Als dat zo is dan was hier dus sprake van vroegtijdig chaptaliseren.
Ook Napoleon was een fervent liefhebber van Bourgognewijnen. Onder zijn regime reisden vele vaten wijn mee in de treinen van zijn maarschalken dwars door Europa. Maar ook anderen deden, bedoeld of onbedoeld, aan Bourgognepromotie. Van Talleyrand, die zeer op Chambertin gesteld was, is het volgende citaat bekend: "Mijnheer, bij het schenken van een dergelijke wijn moet u het glas heel voorzichtig ter hand nemen, het bewonderen, de geur opsnuiven, het glas weer neerzetten en over de wijn discussiëren". En Alexandre Dumas sprak over dezelfde wijn: "Niets doet de toekomst er rozer uitzien".

Franse Revolutie
Tot diep in de 18e eeuw behoorden veel wijngaarden toe aan de kerk. Deze situatie veranderde toen Frankrijk vanaf 1790 een golf van antiklerikalisme meemaakte. Kerkelijke bezittingen werden door de staat onteigend. Met name in de Bourgogne werden de wijngaarden van generatie op generatie steeds meer versnipperd, een situatie die ook tegenwoordig nog bestaat. Vele wijngaarden en crus zijn in handen van soms vele eigenaren. Tussen twee flessen wijn van een en dezelfde cru én oogstjaar bestaan zodoende vaak aanzienlijke verschillen, afhankelijk van de wijze van wijnbereiding. In Bordeaux is de situatie heel anders, omdat daar de wijngaarden van een Château doorgaans aan één eigenaar toebehoren. Een belangrijk advies bij de aankoop van een fles Bourgognewijn is volgens sommigen in ieder geval goed naar de naam van de wijnmaker of handelaar te kijken. Zeker is echter dat degene die de moeite neemt om zich in het Bourgogne-wijnmozaïek te verdiepen hiervoor rijkelijk wordt beloond.

Leven als een Bourgondiër
De uitdrukking 'leven als een Bourgondiër' is niet zo maar een verzinsel, maar heeft wel degelijk een historische basis. Onder Karel de Stoute bereikte de Bourgogne zijn grootste geografische omvang in de geschiedenis. Het rijk reikte tot bij ons.
In het kader van deze samensmelting van de Lage Landen en Bourgondië ontwikkelde zich aan het hof en bij de heersende elite een levenswijze die nu nog spreekwoordelijk is. De weelde was groot en men genoot van de goede dingen des levens, met name eten en drinken.

Bron: Ambiance, het Beneluxmagazine over Gastronomie, wijn & Toerisme - juli/augustus 1994


Wijngebieden Bourgogne  >>