De ene wijn is de andere niet

Wijnen variëren in smaak, stijl én prijs. Die verschillen kunnen niet altijd, maar wel vaak worden verklaard. Ken je eenmaal de reden van die verschillen, dan worden de prijsniveaus begrijpelijk, een wijn kiezen makkelijker en van een wijn genieten nog prettiger.

Klassiekers
De afgelopen jaren heeft de wijnwereld op zijn kop gestaan. Klassieke gebieden als de Bordeaux en Bourgogne moesten plaatsmaken voor de nieuwe wijnlanden. Aan de ene kant kwam dat door de hoge prijzen van de Franse aan de andere kant door de steeds betere kwaliteit van de nieuwe wereldwijnen. Van lieverlee lijkt er een evenwicht te ontstaan. Wijnen uit de nieuwe wereld hebben een eigen plaats op de schappen veroverd en Frankrijk houdt de prijzen weer aardig in de hand. Aandacht voor de nieuwe wijnen blijft bestaan, maar de interesse in klassiekers komt voorzichtig terug. Hoe zat het ook alweer met de appellations, cru's bourgeois en de grand cru's?
Soms wordt er over de Bordeaux gesproken en geschreven alsof er maar één type wijn vandaan zou komen. Niets is minder waar. Verschillen in bodem, microklimaat, ligging van de wijngaarden, gebruik van druivenrassen en visie van de producent geven elke bordeaux z'n eigen karakter. De Fransman noemt dit geheel van factoren 'terroir' en daarmee bedoelt hij dus veel meer dan alleen de samenstelling van de bodem. Als terroir zo wordt beschouwd, kunnen er op kleine afstand enorme verschillen ontstaan en heel diverse wijnen uit één streek komen.
Veel gebieden in Frankrijk hebben een zogenaamde Appellation d'Origine Contrôlée-status. De Franse overheid heeft deze garantie op herkomst ingesteld om het kenmerkende van de streek in de wijn te behouden en te garanderen. Een appellation definieert als het ware het type wijn. Aan A.O.C.-wijnen worden eisen gesteld. Zo mogen ze bijvoorbeeld alleen van de wettelijk voorgeschreven druivenrassen zijn gemaakt. Bordeaux heeft ook zo'n algemene A.O.C. of op z'n Frans: appellation générique. Een A.O.C. Bordeaux moet bijvoorbeeld zijn gemaakt van de druivensoorten cabernet sauvignon, merlot en cabernet franc. Iets strengere eisen worden er gesteld aan een A.O.C. Bordeaux Supérieur. Staat er A.O.C. Médoc, A.O.C. Margaux of A.O.C. Saint-Emilion op het etiket, dan moeten de druiven uit deze subgebieden komen. In het algemeen kun je zeggen dat hoe gespecificeerder de streek op het etiket vermeld staat, des te karakteristieker de wijn en des te hoger de kwaliteit. Daarmee is natuurlijk nog niet gezegd dat u die wijn lekker zult vinden.

Grand cru en cru bourgeois
Honderdvijftig jaar geleden ontstond in Bordeaux al de behoefte aan een om zodoende de kwaliteit van de wijnen te beschermen en te garanderen. In 1855 kwam die wet er, met een classificatie voor wijnen uit de Médoc en Sauternes. Eenentwintig witte en eenenzestig rode wijnen werden, na een zeer strenge controle, in vijf klassen ingedeeld. De hoogste kwalificatie is de Premier Grand Cru Classé. Op het etiket wordt (bijna) altijd vermeld dat het om een grand cru gaat, maar of de wijn in de vijfde of bijvoorbeeld de tweede klasse thuishoort, lees je niet. De aanduiding grand cru zegt genoeg.
Sinds 1855 is er nauwelijks iets veranderd aan de lijst van grand cru's. Van toevoegingen is al helemaal geen sprake. Dat zinde de niet-geclassificeerde kwaliteitshuizen geenszins. De eigenaren hiervan stelden een eigen classificatie op: de cru bourgeois. En Saint-Emilion heeft een geheel eigen grand cru-classificatie. Er zijn zelfs cru bourgeois-wijnen die de kwaliteit van een grand cru overstijgen!
Zowel grand cru's als cru's bourgeois kunnen uitsluitend gemaakt worden van hoogwaardige druiven die in bepaalde, uiterst nauwkeurig omschreven wijngaarden mogen groeien.
De producenten van grand cru's en cru's bourgeois hebben een naam hoog te houden. De wijngaard wordt gekoesterd, er wordt nauwkeurig gesnoeid en zorgvuldig met de hand geoogst. Niet zelden gaat men twee à drie keer door de wijngaard om steeds alleen de rijpe druiven te plukken. Een arbeidsintensieve en dure manier van oogsten. Een enkele keer komt er een château negatief in de publiciteit, maar over het algemeen is de kwaliteit heel goed en betrouwbaar. De productie van deze hooggekwalificeerde wijnen is beperkt en dat maakt de wijnen prijzig.

Bewaarwijnen
Meer dan negentig procent van de wijnen die in de wereld gemaakt worden, zijn bedoeld om binnen twee jaar na botteling te drinken. Bij grand cru's en cru bourgeois-wijnen ligt dat anders. Van enkele jaren rust worden deze topwijnen beter. Tenminste, als ze op een goede plaats mogen rusten. Een goede plaats is een rustige, donkere ruimte met een constante temperatuur die ergens tussen de 10 en 14°C ligt. Bewaar de flessen liggend, zodat de kurk vochtig blijft.

Serveren en decanteren
Bewaar je de rode wijnen op een koele plaats? Laat de wijn dan voordat je hem gaat schenken op temperatuur komen. Zet de fles enkele uren rechtop in een kamer waar het niet warm is. De ideale serveertemperatuur voor de genoemde bordeaux ligt rond de 17°C. In oudere wijnen kan bezinksel zitten. Om te verhinderen dat de korrelige, lichtbittere droesem in het glas terechtkomt, is het aan te raden de wijn te decanteren. Zet de fles voordat je gaat decanteren 24 uur rechtop zodat het bezinksel de tijd heeft om naar de bodem te zakken. Schenk de wijn heel voorzichtig vanuit de fles in een schone (geurloze!) karaf. Houd de fles tijdens het schenken voor een kaars of andere lichtbron, zodat je kunt zien wanneer het bezinksel de schouder (net onder de hals) van de fles bereikt. Dat is het moment om te stoppen met schenken.

Bron: AllerHande | 10 - 2000


Voor meer info Decanteren > klik hier

Terug Info-pagina: Artikelen over wijn  >>