Vin de Limbourg, door Hilary Akers (kok | vinoloog | historicus)

Sinds kort heeft een aantal Limburgse wijnen een heuse appellation, een benaming waar in de wijnwereld veel waarde aan wordt gehecht. Nee, dat verwacht je niet. FD Persoonlijk-medewerker Hilary Akers ging op wijntour door Limburg en ontdekte inderdaad smaakvolle exemplaren.

Bordeaux heeft zijn Pomerol en zijn Margaux, Limburg zijn Mergelland en zijn Maasvallei Limburg. Alle vier deze voorbeelden zijn, in goed Frans, appellations. Een appellation bepaalt de druivenrassen die de wijndrinker kan verwachten en verzekert dat die werkelijk uit het gebied komen dat op het etiket staat. En mocht het je interesseren, dan kun je precies opzoeken welke bestrijdingsmiddelen de wijnboer mag gebruiken, hoeveel hij van een hectare mag oogsten en nog een scala aan andere bepalingen die keurig door de EU zijn vastgelegd.

Nu hebben we dus ook in Nederland appellations, al noemen we die hier ongezellig BOB, oftewel Beschermde Oorsprongsbenaming. Vooruit, als je dat correct uitspreekt, als bee-oo-bee, dan bekt het toch wel lekker. Mocht je er nog nooit van gehoord hebben, dan is dat helemaal niet gek. Onze allereerste BOB-wijnen zijn gloednieuw. We hebben er twee, in Limburg. De wijnboer die geen Limburgse Landwijn meer op zijn etiket wil maar de hogere kwalificatie BOB Mergelland of BOB Maasvallei Limburg is serieus bezig; die onderwerpt zich aan landbouwregels om de kwaliteit te garanderen. Dat je binnen elke appellation en BOB heel knappe wijnmakers hebt en mindere goden, doet daar niets aan af. Kom, wisje slechte ervaringen uit de begintijd van de Nederlandse wijnbouw uit, reis af naar Limburg en proef onze nieuwe BOB's.

Eerst even dit: hoe oud is onze wijnbouw eigenlijk? Nee, de Romeinen maakten in Limburg hoogstwaarschijnlijk geen wijn. Ja, vanaf de middeleeuwen gebeurde dat wel. Dat onze wijnbouw doodbloedde, schrijft wijnhistorica Mariëlla Beukers, is waarschijnlijk doordat het hier kouder werd, bier goedkoper was en buitenlandse wijn gewoon lekkerder. Maar vandaag de dag hebben we bij de Apostelhoeve, op de hellingen onder Maastricht, inmiddels een tweede- en zelfs derdegeneratiewijnboer. Daar ging de eerste druivenstok al in 1970 in de grond.

Wie denkt dat het hier te koud is voor wijnbouw, kan het beste langsgaan bij Wijngoed Thorn, in het gelijknamige dorp ten zuidwesten van Roermond, of een paar kilometer verderop, bij Wijndomein Aldeneyck, in het Belgische Maaseik. Harry Vorselen en zijn collega Karel Henckens zijn de drijvende krachten achter de BOB Maasvallei Limburg. Het is de allereerste grensoverschrijdende BOB van Europa, maar dit terzijde. In Thorn proefde ik dat een klassiek wit druivenras als auxerrois, een bekend ras in Luxemburg, het in Nederland al haast te warm kan krijgen, zoals in het hete jaar 2016. Die wijn hupst rond en zwoel door je mond, verrukkelijk dankzij de kenmerkende kiezels en het grind uit de Maasvallei, dat elke wijn ragfijne zuren geeft. Proefje hem naast de auxerrois 2015, dan is die beduidend frisser en verfijnder, maar de populariteit van de zwoele 2016 toont aan dat dat toch een kwestie van smaak is.

Henckens, gevestigd in Maaseik, plantte in 2002 een testwijngaard met verschillende druivenrassen en verzekert: 'In al die jaren zijn druivenrassen als merlot en riesling slechts één keer niet rijp geworden.' Merlot heeft hij niet aangeplant, maar sinds een paar jaar staat er wel riesling, net als bij collega Vorselen in Thorn. 'Nu het in Limburg warmer wordt is dat een interessant ras voor ons', zegt hij. De rieslingdruivenstokken van zowel Vorselen als Henckens staan er nog maar enkele jaren, maar van het resultaat sla je nu al steil achterover. Tropisch en gekonfijt fruit, specerijen en prachtige zuren - elke rieslingliefhebber kan zich verkneukelen bij de gouden toekomst van Nederlandse riesling.

Oudste wijndomein
In de buurt van Maastricht staat ook riesling, en wel bij de eerdergenoemde Apostelhoeve, ons oudste en beroemdste wijndomein. Helaas zit de riesling 2017 van de Apostelhoeve al in de fles, zoals bijna alle wijnen daar. Een kwaliteitswijn van de Apostelhoeve zo vroeg bottelen doet hem geen goed; die is nog niet klaar. Pure babymoord noem ik dat, want drink je hem nu, dan is het alsof je fruitsalade eet. Mooi fruit, daar niet van, maar Apostelhoeve-wijn heeft meer in zijn mars. Het argument hiervoor is dat de wijnen zo snel verkopen dat ze wel moeten, anders moeten ze tijdelijk nee verkopen. Dat is ongetwijfeld vervelend, maar je bent als wijnland pas volwassen in dien je wijn verkoopt die geen baby is maar op zijn minst adolescent.

Met de Apostelhoeve zijn we aanbeland bij BOB Mergelland, in het zuiden van Limburg. Iemand die geen bewaarwijnen maakt, maar wijn om jong te drinken (wel allemaal 2016, trouwens) is Ruud Verstegen, van Landgoed Overst Voerendaal. Verstegen was eigenaar van een aantal Plus-supermarkten en aan Plus verkoopt hij dan ook zijn wijn. Het zijn gelijk de enige Limburgse wijnen die ook in de super liggen en met een euro of acht veruit de goedkoopste. En wat zijn ze toegankelijk fruitig, sappig en opwekkend: zowaar Nederlandse wijn voor elke dag, precies wat Verstegen voor ogen had.

Maastrichter krijt
Mergelland verwijst natuurlijk naar mergel, het unieke Zuid-Limburgse krijtgesteente. 'Maastrichter krijt noemen we dat hier', vertelt Jules Nijst, van Domein De Wijngaardsberg in Ulestraten, even boven Maastricht. 'Op De Wijngaardsberg vind je boven op het krijt de luchtige grondsoort löss. Dat is een uitstekende combinatie, die je ook terugvindt in de Duitse Ahr en in de Bourgogne, beide beroemd om hun pinot noir.' Geen wonder dus dat Nijst hier verschillende pinots teelt, net als veel collega's, te weten: pinot noir, pinot gris en auxerrois. En hij teelt chardonnay. Nijst volgde wijncursussen in Duitsland en introduceerde in Limburg de techniek waarbij tijdens de groei de onderste helft van de druiventrossen wordt afgeknipt, een werkwijze die velen inmiddels toepassen. Het lijkt verkwisting, maar, zegt hij: 'Het levert lossere trossen op, dus de druiven zitten minder dicht op elkaar, waardoor je rotte druiven midden in de tros praktisch kunt uitbannen.' Gezonde druiven: daarvan droomt elke wijnboer. Het levert de spatzuivere wijnen op die De Wijngaardsberg zo vermaard hebben gemaakt.

Nederlandse wijnboeren zijn pioniers die elke keer het wiel moeten uitvinden. 'Als je net begint ken je de andere wijnboeren nog niet', vertelt Luc Creusen, eigenaar van Hotel Creusen in Epen en samen met zijn broer en neef de trotse bezitter van een wijngaard. Je kunt hun Domein Steenberg vanaf het terras zien liggen. 'Ik heb veel hulp gekregen en als iemand hier in de buurt zou beginnen, dan zou ik ook helpen. We kunnen prijstechnisch nooit concurreren met wijnen uit het buitenland, dus wat we maken moet kwaliteit zijn.' Deze hulpvaardigheid kenmerkt de Limburgse wijnindustrie.

Creusen is van oorsprong kok en stond in zijn jonge jaren bij de beroemde Franse chef-kok Paul Bocuse in de keuken. Zijn visie is uniek doordat hij vanuit de keuken denkt en wijn wil maken die bij het eten past. Veel Limburgse wijnmakers zweren bij een klein zoetje in de wijn, want dat vindt iedereen lekker en het verkoopt goed. Creusen: 'Ik geloof heilig in wijn die helemaal droog is, die past bij het eten.' Neem nu zijn gewüztraminer, een druivenras bekend uit de Franse Elzas, dat daar praktisch altijd overweldigend bloemig en kruidig geurt en daardoor aan populariteit heeft ingeboet. Creusens gewürztraminer is een toonbeeld van elegantie, met zijn ingetogen geuren en prachtige frisheid. Vanzelfsprekend ook met dank aan ons koelere klimaat.

Kruisingen
Stopt het in Limburg bij twee BOB's? Welnee, de derde komt er al aan. Het is de BOB Vijlen, een dorp bij Vaals, ons drielandenpunt. In de grond geen mergel maar vuursteen en kiezel. Hier vinden we Wijndomein St. Martinus van Stan Beurskens, een van de weinige oenologen in Nederland. Beurskens is beroemd als de man van de nieuwe druivenrassen, door hem kruisingen genoemd. Daar is veel gedoe en gekrakeel over, omdat andere wijnspecialisten zeggen dat sommige nieuwe rassen hybrides zijn, dus niet alleen van Europese wijndruiven. Beurskens verwelkomt de nieuwe druivenrassen omdat ze minder kwetsbaar zijn voor ziektes en beter geschikt voor een koel klimaat. Critici beweren dat smaak het belangrijkste streven moet zijn van een nieuw druivenras. Beurskens, evenwel, omarmt verandering. 'Ik wil slechts twee dingen: goede wijn maken en de wereld beter achterlaten dan toen ik geboren werd.' Feit is dat de wijnen van St. Martinus, van rassen met namen als cabernet cortis, souvignier gris en monarch, stuk voor stuk karakters zijn met een unieke smaak. Hij heeft een schare fans en valt geregeld in de prijzen. De conclusie van deze expeditie luidt dan ook: Limburgse wijn is een bron van plezier, een bonbondoos met voor elk wat wils.

Bron: FD Persoonlijk | zaterdag 9 juni 2018


Terug Info-pagina: Artikelen over wijn